Pagefestival | Twee dagen veel reuring in het Pagedal in Stadskanaal

Stadskanaal

De Stichting Pagepop laat zaterdag en zondag van zich horen. Dan vindt namelijk in Stadskanaal het gratis toegankelijke Pagefestival plaats.

Voor iedereen is wel iets te zien, te horen of te doen. Twee dagen lang muziek én theater én beeldende kunst én literatuur. Ruben Huizing, die verantwoordelijk is voor de muziekprogrammering, heeft het opnieuw voor elkaar gekregen een brede doorsnee aan muziekbandjes binnen te halen. Daaronder zijn bandjes die landelijk al behoorlijk aan de weg timmeren, zoals de hiphopformatie HAAS en tot lokaal gewortelde bandjes als The Rumbones en Jerkbait. De muziek varieert van keiharde rock van The Movement tot dromerige melodieuze klanken van de Friese formatie Sväva en The Sign of Leo. Op het terrein van theater kunnen de bezoekers een primeur beleven met de voorstelling van het komisch duo Stef & Quapo. Humoristische taferelen, liedjes en sketches van Stefan Tieben en Juan Zyad. Op zondagmiddag komen de Dames Slier uit Groningen met hun familievoorstelling ‘De Boomhut’ waarin een actueel onderwerp op een luchtige manier de revue passeert: de tegenstelling tussen (genieten en behoud van) de natuur en bouw van betonnen winkelkolossen. Daarnaast kunnen de bezoekers op beide dagen een ontdekkingstocht maken door het Pagedal. Twee studenten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, zetten een route uit waarbij je steeds opnieuw voor de vraag wordt gesteld: welke keuze maak ik wanneer ik voor een onverwachte situatie sta en direct moet beslissen. Bijzonder is de aanwezigheid van tape-artiest Martinello. Met gekleurd plakband ‘schildert’ hij prachtige taferelen en portretten. Op klein en zeer groot formaat. Acht dichters treden verdeeld over de twee dagen op. Bekende namen en aanstormend talent. Van Egbert Hovenkamp II tot Hanne Stegeman. Het Pagefestival is zaterdag van 14.00 tot 24.00 uur en zondag van 14.00 tot 20.00 uur. Het volledige programma is te lezen op de website www.pagefestival.nl  

Auteur

Paul Abrahams