Column Rie Strikken | Schoonmoetje

Stadskanaal

Mijn Limburgse schoonmoeder liet geen gelegenheid onbenut om haar afkeer van Groningen te uiten. “Het waait bij jullie áááltijd en óóóveral. Ik heb steevast drie dagen onnoemelijke koppien als we weer thuis zijn”.

Haar man genoot stilletjes van de ritjes door onze mooie provincie. In de vogelkijkhut van Nieuw Statenzijl luisterde hij, met gesloten ogen, naar de vogels, bij galerie De Groninger Kroon kocht hij een prachtige tuin sculptuur en op het terras van hotel het Boschhuis in Ter Apel bestelde hij met pretoogjes de ijscoupe die zijn naam droeg. Schoonmoe onthield van die ritjes alleen de vele bordjes langs de weg met “eetaardappelen te koop”. “Wat moet je anders met aardappelen, dan eten?” schamperde ze telkens weer. Onvermoeibaar reageerde ik met “Nou, je kunt ze poten, dan heten ze pootaardappelen. En dan hebben we nog fabrieksaardappelen”. Zelf heb ik louter leuke schoonkinderen. De jongste aanwinst schoof er naadloos tussen. Het enige wat op die jongen tegen is, dat is dat hij mijn dochter onlangs heeft meegenomen naar Friesland, twee uur rijden hier vandaan. Even op de koffie is er niet bij. In de voorjaarsvakantie logeerde ik er drie dagen. Mijn dochter had een toeristisch programma klaar. Op mijn verzoek maakten we geen uitstapjes, gingen we niet uit eten, maar bewoog ik gewoon mee in het huiselijke ritme. Schoonzoon vertrok ’s morgens naar zijn werk, mijn dochter en ik ontbeten op ons gemak, haalden wat boodschappen voor het eten, draaiden een wasje. Schoonzoon kwam thuis toen ik de laatste sokken opvouwde en mijn dochter wat overhemden streek. “Hallo mem!” En hij kuste me spontaan op beide wangen. “Leuke dag gehad? Ik wel. Ik zei op het werk dat jij hier bent. Daarop vertelde een collega een geweldige mop! Ik kwam niet meer bij!” “Kom op jongen, vertel!” Hij: “Wat doe je ..... hahaha” hij ligt nu al dubbel van de lach, wat doe je ... hahaha ... wat doe je als schoonmoeder op het raam tikt?” Dochter en ik kijken elkaar aan en schieten in een onbedaarlijke lach. Schoonzoon valt verschrikt, niet-begrijpend, stil. Bezoek en vis blijven maar drie dagen fris; mijn schoonouders bleven meestal een weekje. Het uitzwaaien was een vast ritueel. Hun zoon, MijnBetereHelft, tilde de koffers nors in de kofferbak en kuste zijn ouders plichtmatig op de wangen. Zodra ze de oprit afreden, beende hij naar zijn werkbank. Mijn dochter en ik zwaaiden tot de auto uit het zicht verdwenen was. Dan keken we elkaar aan en haalde zij steevast de klassieke oude koe uit de sloot: “ Wat doe je als schoonmoetje op het raam tikt?” In koor schaterden wij dan: “Je zet hem nog een keer op centrifugeren”!

Auteur

Paul Abrahams