Drents Museum met 'Voor des keizers kwat'

ASSEN

Stoutmoedig, inventief en gek op goud. Zo kan de Liao-dynastie misschien wel het best omschreven worden.

De in het Westen vrijwel onbekende Liao-dynastie regeerde in de 10de en 11de eeuw over een uitgestrekt gebied van Korea in het oosten tot het Altai-gebergte in het westen, een afstand van meer dan 4000 km. Het is verbazingwekkend dat een kleine nomadenstam zo’n immens imperium kon opbouwen. Over de nalatenschap van dit nomadenvolk is nu onder de titel The Great Liao een adembenemend mooie tentoonstelling te zien in het Drents Museum in Assen. In de noordelijke steppegebieden van Mongolië en Binnen-Mongolië domineerde een keizerlijke clan, die de Chinese naam Yelü had aangenomen. Zij waren echte afstammelingen van de stichters van de Liao-dynastie, het volk van de Khitan, en hielden dan ook allerlei nomadische tradities in ere. Een typische vertegenwoordiger van deze elite was Yelü Yuhzi (890-941), die samen met zijn echtgenote Chonggun begraven was in Hansumu. Yelü Yuhzi was een volle neef van de stichter van het Liao-rijk, Abaoji. Het graf van Yelü Yuhzi en zijn vrouw, dat in 1992 werd opgegraven, dateert waarschijnlijk van omstreeks 942. Een van de topvondsten uit deze graftombe is een verguld zilveren kwispedoor, die nu in de tentoonstelling in Assen wordt gepresenteerd.

Kwispedoor

Dit soort vazen met een wijd uitlopende trechtervormige opening is met grote regelmaat te vinden in graven uit de 9de tot de 13de eeuw. Meestal zijn ze echter vervaardigd van geglazuurd aardewerk. In graven van de elite komen ze ook voor in gouden en zilveren uitvoeringen. Doorgaans wordt dit type vaas geïnterpreteerd als spuugbak of kwispedoor (tuohu of tuoyu). Soms vindt men ze ook wel als poubelle (zhadou) aangeduid, waarbij ze dan aan tafel zouden zijn gebruikt om visgraten of theeresten in te deponeren. Deze theorie als afvalkruik wordt echter niet bevestigd door vroege teksten.

Wandschilderingen

Toch blijkt uit wandschilderingen en uit archeologische vondsten dat deze vazen wel degelijk een rol speelden bij de bereiding of het nuttigen van thee, wijn en eten. Op schilderingen uit de Liao- en de Songperiode zien we ze vaak afgebeeld, maar nooit op tafel staand. Ze worden altijd vastgehouden door dienaren of dienaressen en dan vaak samen met een opgevouwen doek. Het lijkt daarom het meest waarschijnlijk dat de vazen als kwispedoor dienden, waarmee het bedienend personeel klaar stond om deze aan hun heer of vrouw aan te bieden, zodat ze na de maaltijd hun mond konden spoelen met thee of water. Het graf van Yelü Yuzhi en zijn echtgenoot Chonggun bevatte twee zilveren kwispedoors, voor elk één.

Statussymbool

De kwispedoor ontwikkelde zich in China als onderdeel van de hygiënestandaard tot een wel heel ongewoon statussymbool. Uit de tijd van de Zes Dynastieën (220-589) worden kostbare kwispedoors van jade, goud, zilver, glas en bergkristal vermeld in de inventaris van de keizerlijke familie. Vaak gaf de keizer deze luxe-objecten als geschenk aan zeer verdienstelijke ambtenaren. Het in bezit hebben van dit soort luxegoederen was wettelijk geregeld. In een verhaal uit de 9de eeuw wordt beschreven hoe een vrij lage ambtenaar in de hoofdstad van de Tang ter dood werd veroordeeld. Hij had zonder toestemming een gouden kwispedoor gebruikt, een voorrecht dat alleen aan de keizer en zijn directe familie voorbehouden was. Tot en met 29 oktober is de tentoonstelling The Great Liao - Nomendynastie uit Binnen-Mongolië (907-1125) te zien in het Drents Museum. Vincent van Vilsteren, conservator archeologie Drents Museum, www.drentsmuseum.nl. Bezoekadres: Brink 1, Assen. Openingstijden: di. t/m zo. 11.00 – 17.00 uur. Tijdens schoolvakanties ook op maandag geopend.

Auteur

Albert-Jan Garama