Groninger Museum | De Wereld in Huis

Stadskanaal

Thee is vandaag de dag een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven: iedereen drinkt het. Maar dat was niet altijd zo: vroeger werd thee alleen verbouwd in China, waar het gedronken werd uit kommetjes zonder oor en zonder bijpassend schoteltje. In de zeventiende eeuw, toen de Verenigde Oost-Indische Compagnie handel begon te drijven in Azië, kwam er zo nu en dan ook thee mee op de schepen.

Status

Met de thee zelf kwam er ook porselein uit China mee om die thee uit te drinken en de vormentaal van dat traditionele porselein bleef bewaard. Daarnaast kregen de kandijklontjes een eigen kommetje van Chinees porselein, de dure theeblaadjes werden in een porseleinen theebusje bewaard en voor de melk werd een klein kannetje bedacht. Rond 1700 was thee niet zo goedkoop als nu en Chinees porselein voor het bereiden en drinken van thee gaf nog extra status. De Chinese vormen en versieringen van al dat geïmporteerde porselein werden op die manier snel en vanzelfsprekend in het Nederlandse interieur opgenomen.

Luxe

Dat gebeurde ook met ander gebruiksgoed dat in China en Japan voor de Nederlandse klant op bestelling in porselein werd geproduceerd en door de VOC werd verhandeld. Porseleinen bierpullen, kaststellen, mosterdpotjes, zoutvaatjes en ander tafelgoed verschenen op de rijk gedekte tafel en dit glanzende porselein concurreerde daar met zilverwerk en duur glas. Behalve voor gebruiksgoed was er ook veel belangstelling voor sierobjecten, vooral voor figuren van mensen, godheden en dieren, die als merkwaardigheden in het interieur werden opgesteld. Het luxe vijfdelige porseleinen kaststel met bekervazen en dekselpotten sierde de bovenkant van het kabinet of de schoorsteenmantel.

Anders

Porselein was destijds helemaal niet zo alomtegenwoordig was als nu. Het was veel harder en transparanter dan het Nederlandse aardewerk zoals dat bijvoorbeeld in Delft gemaakt werd. Daar had men al gauw gemerkt dat er een markt bestond voor goedkopere imitaties van dat exclusieve Aziatische porselein. Delfts aardewerk, dat van zichzelf roodbruin of gelig is, werd bedekt met een laagje wit tinglazuur zodat het op porselein leek. Ook de exotische Chinese en Japanse voorstellingen in blauw, met draken, Chinese figuren in lange gewaden, grote bloemen en vreemde symbolen werden door de Delftse pottenbakkers op dit faience gekopieerd. Het was het begin van de glorietijd van het Delfts Blauw, maar het betekende ongemerkt ook de brede introductie van niet-Westerse motieven in Nederland, een kennismaking met een exotische, vreemde wereld. De Ander en Het Andere werd met nieuwsgierigheid bekeken en als iets nieuws en modieus geïntegreerd in de eigen cultuur.
Lees verder na de foto.
[caption id="attachment_60847" align="aligncenter" width="318"]Grote schotel versierd met een voorstelling van 'De Parasoldames' naar een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Cornelis Pronk (1692 - 1759). Grote schotel versierd met een voorstelling van 'De Parasoldames' naar een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Cornelis Pronk (1692 - 1759).[/caption]

Wisselwerking

In de loop van de achttiende eeuw werd porselein minder exclusief en kostbaar. Uit archeologisch onderzoek in stadskernen is gebleken dat in die tijd in elk Nederlands huishouden, ook bij de minder bedeelden, wel een kopje of bord van Chinees porselein in huis te vinden was. Om aan te geven wat het beschikbare assortiment van rond 1750 was, toont het Groninger Museum een deel van de scheepslading porselein uit het wrak van het VOC-schip de Geldermalsen, dat in 1752 zonk in de Zuid-Chinese Zee. In de tentoonstelling De Wereld in Huis (geopend vanaf 17 juni) is te zien hoe de Aziatische en Delftse producenten reageerden op de belangstelling en de smaak van de Nederlander, en ook hoe ze onderling concurreerden. Modellen van aardewerk, tin, glas of hout dienden als voorbeelden voor de Japanse en Chinese pottenbakkers. In China werd Japans porselein gekopieerd, maar omgekeerd gebeurde hetzelfde. Delftse pottenbakkers baseerden zich op Aziatische objecten en versieringen én maakten faience dat in China weer model stond voor imitaties in porselein. Om te laten zien dat het verhaal niet alleen met porselein en faience verteld wordt, toont het Groninger Museum ook lakwerk uit Japan en Nederland, een sitsen sprei uit India, een ivoren naaidoos uit China en andere voorbeelden. Ze laten ons zien hoe we in Nederland de wereld de huiskamer in haalden – en dat we dat nog steeds doen. Auteur: Prof. em. Christiaan Jörg, oud-conservator Oosterse keramiek van het Groninger Museum en bijzonder hoogleraar Oost-West Interacties in de kunstnijverheid aan de Universiteit Leiden.

Auteur

Marc Jansen