Column Rie Strikken | Trouw

Stadskanaal

Er waren perioden waarin alleen de vurige wens om een nieuw record te vestigen de stekker in mijn tweede huwelijk hield. In een fase van Goede Tijden is die mijlpaal eigenlijk geruisloos gepasseerd. Toen wij ons dat een half jaar daarna realiseerden hebben MijnBetereHelft en ik dat maar eens uitbundig gevierd met een weekendje weg.

Zeven turbulente jaren en vele weekendjes weg zijn sindsdien alweer verstreken. Vorige week waren we 22 jaar getrouwd. De hoogste tijd voor een paar dagen Maastricht! “In Limburg is niets wat het lijkt”, zei MijnBetereHelft in 1994 cynisch. “De verhuizing van Roermond naar Groningen voelde als thuis komen. Het is hier: “What you see is what you get. En daar hou ik van.” Met een beetje goede wil kun je inderdaad onze Veenkoloniale, soms wat botte mentaliteit direct en rechtstreeks, in ieder geval oprecht noemen. Wij namen het beste uit twee werelden, trouwden en feestten in Limburg en hielden een week later receptie in 'Ons Huis' achter de Semsstraatkerk. Op de trouwfoto’s lijkt de afrastering in de uiterwaarden van de Maas speciaal voor die gelegenheid overvloedig versierd en vervlochten met lampions en guirlandes. In werkelijkheid waren het de, na een grote overstroming achtergebleven, stinkende resten van drab en afgerukt hoog riet, maar de kunstzinnige fotograaf bezwoer ons dat dit de mooiste plaatjes van de reportage zou opleveren. En hij had gelijk. Niets is wat het lijkt in Limburg. Maastricht is anders. Aan de Bourgondische stad hebben wij ons hart verpand. Maar een stadstour zal nooit meer hetzelfde zijn. Onlangs overleed Giel Braeken, de oudste drogist van Nederland, 95 jaar oud. Jarenlang was steevast onze eerste gang in Maastricht naar drogisterij Sint Martinus: Zou hij er nog zijn? Steeds weer de opluchting als we begroet werden door de grote man met de hush puppy ogen en het Toon Hermansige “mevrouw - meneer – wat ken ich veur euch doon?” Voor de show kocht ik een potje dagcrème, terwijl Miene Mins zich met de drogist in het dialect uitleefde over de toestand van de wereld in het algemeen en die van Limburg in het bijzonder. Altijd had Giel Braeken een levenswijsheid paraat, waarmee we onze tocht door Maastricht nét iets blijmoediger vervolgden. De laatste keer dat wij hem zagen, het zal 2011 geweest zijn, was de sprekende blik doffer, de oogwallen leken theezakjes. Zijn vrouw was overleden. “Zestig joar woaren wir samen, meneer… neet zestig weken of zestig moanden, maar zestig joar. En nooit ruzie gehad. Ja, wel eens hikhakkerij, over geld, de winkel, de kinder… Stapelgek was ik met haar meneer, en zij met mij, tot de laatste snik.” Oprechte verwondering, liefde en dankbaarheid spraken uit de trouwhartige ogen. Voorwaar, het was wat het leek in Limburg.

Auteur

Paul Abrahams