Internationaal korfbaltoernooi | Brazilië, India en Costa Rica naar Stadskanaal

Stadskanaal

Het internationale zaal korfbaltoernooi in Stadskanaal begin november werpt zijn schaduw ver vooruit.

door Paul Abrahams

De voorbereidingen lopen als een tierelier. Zoals eerder gemeld in uw krant wordt het sportfestijn financieel ondersteund door een nieuwe hoofdsponsor: Nano Coating Bionic Technology uit Winschoten. Enkele weken geleden zijn de namen van de zes eerste (landen)teams al bekend gemaakt: Brazilië, Argentinië, Costa Rica, Colombia, India en gastheer Stadskanaal '74. Een fantastisch fundament om verder op te bouwen. Een groot compliment voor het organisatiecomité en zijn vele tientallen vrijwilligers die sinds jaar en dag in touw zijn om het sportfestijn telkens weer in goede banen te leiden. Het was de bedoeling om nog vier teams uit te nodigen, maar de teller staat uiteindelijk op twaalf ploegen. "Ook Wales, Ierland, Schotland, Slowakije, de Dominicaanse Republiek en TUS Wesseling uit Duitsland staan op de lijst", glundert voorzitter Atte van Haastrecht van de korfbalvereniging Stadskanaal '74. "Dus maar liefst vier teams meer dan vorig jaar. We vonden het sneu om teams af te zeggen, die graag mee wilden doen in Stadskanaal." Het internationale toernooi wordt gehouden in sporthal De Spont in Stadskanaal. De eerste wedstrijden vinden vrijdagavond 3 november plaats. Het toernooi wordt voorgezet op zaterdag 4 november. Als kers op de slagroomtaart kan het publiek op zondag 5 november kijken naar verschillende interlands. "Het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond steunt de deelnemende teams met het zogeheten coach de coach project", vervolgt Van Haastrecht die in Jipsingboertange woont. "Elk land krijgt een topcoach aangewezen om te helpen en te leren. De nationale bond erkent ons toernooi als een bijzonder toptoernooi. Zelf ga ik bijvoorbeeld het team van de Dominicaanse Republiek begeleiden. In opmaat naar het toernooi gaan de nationale teams oefenwedstrijden spelen tegen korfbalclubs in de regio."  

Auteur

Paul Abrahams