Column : Engel

Stadskanaal

“Zullen we naar het bijenveld gaan? De bijen gaan gewoon door met honing maken, hoor. Ze laten zien dat de wereld altijd blijft draaien, ook als je denkt dat-ie is vergaan.”

Uit “Reddende engel” van Renate Dorrestein Engel Veel foto’s zijn er in het internet van mij niet te vinden. Totaal niet fotogeniek probeer ik sowieso altijd de camera te ontwijken. Impulsief maakte ik daar onlangs een uitzondering op. In mijn favoriete boekhandel haalde ik het nieuwste boek van Renate Dorrestein. De eigenaar liep toevallig net met een enorme stapel op de arm naar een presenteertafel. Spontaan drukte ik mijn dochter de iPhone in handen: “Kom Marie, maak even een foto voor de goede zaak”. En volgens de wetmatigheid waardoor altijd alles waarvoor ik heel erg mijn best doe niks wordt, maar grillige acties juist kunstwerkjes opleveren, stonden Jan en ik tien minuten later stralend op Facebook. Hij met tien exemplaren “Reddende Engel” op de arm en ik met één. Enkele maanden voor haar veel te vroege dood keek mijn zusje mij aan met een gelukzalige blik en zei: “Ik zie zoveel engelen, ze zijn overal om me heen”. Een beetje kregel werd ik ervan. Van huis uit katholiek, waren wij vertrouwd met wierook, heiligen en gregoriaans, maar onze veenkoloniale nuchterheid heeft ons altijd voor teveel zweverigheid behoed. Hoewel ik moet zeggen dat ik in die tijd in iedere kerk een kaarsje voor haar opstak en smeekte om een wonderbaarlijke genezing. Tevergeefs. Zoveel te dankbaarder was ik met haar vlagen van blijmoedigheid. Sindsdien heb ik een zwak voor engelen. Ik vond ze in Bourtange, Heiligenblut, Berlijn. Mijn oudste dochter nam onlangs twee schattige exemplaren mee uit Tsjechië. Renate Dorrestein en ik, we go a long way back. Sinds haar allereerste roman, “Buitenstaanders”, uit 1984, ben ik een groot fan. Zelfs in tijden wanneer ik niet of nauwelijks lees, is de nieuwste Dorrestein een jaarlijks terugkerende bron van voorpret en vreugde. Ik heb ze allemaal. “Reddende engel” las ik in een dag uit. Prachtig. De dag erna komt MijnBetereHelft thuis en vraagt verschrikt: “Wat is er?” “Ik lees net dat Renate Dorrestein ongeneeslijk ziek is. Ze heeft misschien nog een jaar ….” Hij zet zijn tas op de grond en zegt: “Laten we een kop koffie drinken in het Boschhuis”. Twintig minuten later zitten wij in Ter Apel zwijgend aan een kopje koffie met notenschuim gebak. Het is zo troostend dat sommige dingen gewoon blijven zoals ze zijn: het Boschhuis met zijn Smyrna tafelkleedjes en serveerster Josiena, die al 25 jaar met engelengeduld of een kwinkslag de bestelling opneemt, engelen die over ons waken en … nog lang elk jaar een nieuwe Dorrestein. Rie Strikken

Auteur

Cindy Houwen