Column Rie Strikken | Mout eerst maal worden ...

Stadskanaal

In een ultieme poging zijn tranen te bedwingen bijt vriend Goedhart nét iets te hard op zijn onderlip. Met de handen bedekt hij zijn ogen en zegt met gesmoorde stem: "Ik maal ….en ik maal …. en ik maal …"

Ik leg mijn rechter hand op zijn linker schouder, wrijf een beetje over zijn bovenarm. "Ach ja jong, waist ja wel: het mout eerst maal worden veurdat mooi wordt." Hij spreekt het Gronings niet, maar verstaat alles. Hij haalt zijn handen voor zijn ogen weg en kijkt mij met een gekwelde blik aan. Een traan heeft zich vermengd met de bloedlip en er loopt een lichtrood straaltje als een bliksemflits via zijn kin naar de hals. Een huilsnotje, waar ie ook bloed in heeft gesmeerd, kleurt zijn drie-dagen snorstoppels bruinrood. Spontaan schiet ik in de lach. "Sorry jong, je ziet eruit als een vampier. Scheer je nou eerst eens fatsoenlijk. Dan voel je je vast al een stuk beter." Ooit, een half jaar nadat wij vriend Goedhart leerden kennen, veranderde hij in korte tijd van de nijverige, zachtzinnige, goedlachse man in een in zichzelf gekeerd zielig hoopje ellende. Wij hadden erg met hem te doen. Het waren natuurlijk de naweeën van zijn vechtscheiding. Onze empathie kende geen grenzen. Op zijn verjaardag, een paar weken later, sprak ik zijn 70-jarige moeder. De kwieke vrouw met paardenstaartje, hoge hakken en hippe kleding was druk in de weer met zelfgemaakte soep en salade die ze meegenomen had. Pas tijdens de afwas kreeg ik de gelegenheid om een balletje op te gooien met betrekking tot de gemoedstoestand van haar zoon. Ze reageerde vrij laconiek. "Is het weer zover? Altijd met het komen en gaan van de bladeren heeft hij het spleen. Door die scheiding zal het nu wel heftiger zijn, maar maak je er niet te druk om. De wandelingen met je man door het Groninger land doen hem goed. Het gaat vanzelf over. Gewoon een beetje pappen en nathouden." En dat doen we sindsdien bij het komen en gaan van de bladeren, ook dit najaar. Maar er zijn grenzen. Ik dring er nogmaals voorzichtig bij hem op aan om zich te scheren. "In december scheer ik me weer", zegt hij. "Tijdens Movember laat ik mijn snor staan." Ik kijk hem ongelovig aan. "Moe-vem-ber?.... zei je…. Moe-vem-ber?" "Ja. Dat is een samenvoeging van moustache, Frans voor snor, en november. Movember dus. De Movember Foundation vraagt aandacht voor teelbalkanker en prostaatkanker. Mannen die meedoen laten in november hun snor staan. Scheren kost mij de grootste moeite en dat hoeft nu dus niet. Is mijn herfstdepressie zelfs nog ergens goed voor. 1 december gaat die snor er af. Wat zei jij ook alweer?" "Het mout eerst maal worden veurdat mooi wordt."

Auteur

Paul Abrahams