Wandelen van Stadskanaal naar Jeruzalem zonder een cent op zak

STADSKANAAL

Henk van der Klok uit Stadskanaal is eind april begonnen aan een wandeltocht van zijn woonplaats naar Jeruzalem.

Een afstand van 6000 kilometer door dertien landen en geen cent op zak. Ook geen creditcard.

Inmiddels verblijft Henk in Israël. Volgende week vliegt hij terug naar huis. Op verzoek van de redacteur van deze krant blikt hij terug op zijn reis.

De afgelopen zeven jaren ben ik op allerlei avonturen geweest. En waar ik ook was: ik werd altijd omringd door gastvrijheid en behulpzaamheid. Maar elke keer als ik thuis kwam, en het journaal aan deed, zag ik alleen maar slechte dingen.

Dit klopte niet met mijn ervaring. En dus besloot ik dit jaar 6000 kilometer te lopen van Nederland naar Jeruzalem, zonder geld. Om te laten zien dat de wereld zo slecht nog niet is.

Ook probeer ik met deze reis geld op te halen voor straatkinderen in Thailand. In 2015 heb ik met deze kids gewerkt, en door mezelf in 'dezelfde' situatie te plaatsen hoop ik geld voor hun op te halen.

Blokjes kaas bij de Albert Heijn

De dagen voor ik weg ging was ik erg nerveus. Ik had geen idee of mensen, vreemden, me zouden helpen. De eerste paar dagen was ik bang om mensen om eten te vragen en dus ging ik van supermarkt naar supermarkt en leefde ik op kaasblokjes die je gratis kon proeven. Ik bleef rondjes lopen en van de kaasplank pakken tot het op was, of tot het personeel mij scheef aan begon te kijken. Dan ging ik door naar de volgende supermarkt. Uiteraard had ik ook altijd een bakkie koffie bij van de AH.

Uiteindelijk pushte de honger mij om bij mensen aan te bellen. Maar ik vroeg niet om eten. Ik legde mijn reis uit en vroeg alleen om wat water. En tot mijn verbazing: in de tijd die mensen nodig hadden om mijn water fles in de keuken te vullen, hadden ze vaak uit zichzelf het idee om mij wat eten aan te bieden. Ik leerde vrij snel dat mensen graag helpen, maar ze hebben vaak een beetje tijd nodig voor ze beseffen dat ze mij konden helpen, en hoe ze mij konden helpen.

Restaurant eten in een lunchbox

Sinds een derde van het eten in de westerse wereld wordt weggegooid, vond ik uiteindelijk de moed om in restaurants naar eten te vragen. Ik had m’n lunchbox bij mij en vroeg simpel: "Aan het einde van de dag gooien jullie veel eten weg. In plaats van het in de prullenbak te gooien, kunnen jullie het misschien in mijn lunchbox doen? Ik kan het bakje hier laten en later vanavond weer ophalen." In de meeste gevallen gaven ze me direct een bord met eten.

Ook in hotels, vaak rond 9 uur 's ochtends, als de meeste gasten al hadden ontbeten, was er een grote kans dat mij ontbijt werd aangeboden. Ik overleefde niet alleen, ik at als een koning! En in de eerste weken ben ik zelfs een beetje aangekomen.

Maar toen kwam ik in Frankrijk en daar sprak ik niet meer de taal. Gelukkig had ik dit probleem geanticipeerd, en had ik gelamineerde kaartjes in alle verschillende talen.

In de eerste twee maanden had ik een grote zak naast m'n rugzak hangen waarin ik minimaal twee dagen aan eten in opgespaard had. Dit was voor noodgevallen. Maar langzaam werd deze zak steeds kleiner en kleiner, tot ik hem op gegeven moment helemaal niet meer nodig had. Ik had eindelijk de moed gevonden om compleet op vreemden te vertrouwen. En ondanks dat sommige mensen mij niet wilden hebben, heb ik bijna nooit honger gehad op mijn reis.

In Kroatië liep ik tijdens de finale van het wereldkampioenschap een café binnen en al snel werd ik als ere gast binnengehaald en werd ik volgegoten met bier.

Tijdens de reis heb ik mij gedoucht aan het strand, in meren, in kerken, soms werd ik uitgenodigd bij mensen thuis even te douchen. Soms liep ik gewoon een ziekenhuis binnen, zocht de badkamer, deed de deur op slot en ging me douchen. In alle keren dat ik dit heb gedaan, heeft niemand er ooit wat van gezegd.

Telefoon opladen en WIFI was ook ontzettend gemakkelijk. Ik liep simpelweg een bar, restaurant, hotel, beach resort of kerk binnen en vroeg of het oké was dat ik mijn telefoon even oplaadde. Bijna altijd zeiden ze ja en het leuke was dat er vaak na een tijdje ook een kopje koffie, boterham, of maaltijd volgde.

Slapen op bankjes

Slapen deed ik vooral op bankjes en in m’n tent. Maar soms sliep ik ook in kerken, of nodigden mensen mij onderweg uit. Een goede truc is om ergens aan te bellen en te vragen of je in de achtertuin je tent op mag zetten. Met een beetje geluk mocht ik dan op de bank slapen.

In Turkije ontmoette ik veel moslim, maar ook veel christenen en atheïsten. Het maakte niet uit of mensen geloofden in God, Allah, of de Wetenschap. Ze helpen me allemaal met dezelfde hart verwarmende vriendelijkheid.

Maar de reis was niet altijd makkelijk. Er waren dagen dat ik niets heb gegeten. Er waren dagen dat ik alleen droog brood at. Er waren veel blaren en na een paar maanden was mijn uitrusting ook niet meer zo goed. Mijn sokken hadden gaten, mijn luchtmatras was lek, er waren gaten in m’n tent waardoor vaak mieren naar binnen kropen, en door vitamine tekorten waren er periodes waar het vel van vingers begon los te laten.

Het enige wat mij op die momenten de kracht gaf door te gaan, was mijn vermogen om altijd een geschenk te kunnen vinden in negatieve situaties. Door mijn focus te verleggen kwam ik tot de conclusie dat de mieren mijn tent aan het opruimen waren. Ze haalden namelijk alle broodkruimeltjes weg. De blaren waren nu misschien even zwaar, maar voor de rest van mijn leven als het even tegenzit, kan ik het beter in perspectief zien. En vitamine tekort, is ook echt geen pretje, maar dan focuste ik er op dat het straks wel een mooi verhaal zou worden.

Goochelen in de stad

Ik kon niet lopen via Syrië, vanwege de problemen daar, en ook de grens tussen Libanon en Israël was gesloten. Dus mijn enige optie was om via Cyprus te lopen. Maar dit betekende dat ik een boot moest nemen. En dat kost geld!

Hoe loste ik het op? De enige manier dat ik kon overleven, was door te vertrouwen op de mensen om mij heen. Dit was de enige oplossing voor al mijn behoeftes. En dus ging ik de stad in, probeerde ik zoveel mogelijk mensen te ontmoeten door te goochelen, en door verhalen over mijn reis te vertellen. Ik zorgde er altijd voor dat mensen wisten wat mijn uitdaging was (hoe kom ik op Cyprus) en voor ik wist kwamen verschillende mensen bij elkaar en kochten ze een vliegticket voor me.

In Israël waren de mensen ook ontzettend gastvrij. Soms spraken mensen mij op straat aan en vroegen of ik een kopje koffie of thee wilde. Ze zagen dat ik op een lange reis was, maar wisten verder niets over me, en toch boden ze me hulp aan uit het niets.

In Israël heb ik helemaal niets gemerkt van de vijandelijkheden. Iedereen leeft gewoon z’n leven.

Sterker nog, sinds ik in Israël ben, krijg ik mailtjes van Nederlanders door heel Israël die mij graag een slaapplaats aanbieden.

Een ding is zeker: De wereld is zo slecht nog niet. Het ligt er maar net aan waar je op focust.

Logeren bij dochter van fotograaf Hans Banus

Ik heb gelogeerd bij Yuval en José Holdstein, in een plaatsje genaamd Pardesiya. José komt uit Stadskanaal en is de dochter van voormalig Kanaalstreek fotograaf Hans Banus. Ze wist dat ik door het land liep en bood mij direct een slaapplaats aan. Dit was op vrijdag en op de vrijdagavond begint de Sabbath; dus mocht ik mee eten met alle buren die bij elkaar kwamen voor een maaltijd.

De hoofd van het joodse gezin waar we aten sprak een 'Kidush' uit. Dit is een joods gebed dat het begin van de Sabbath inluidde. Op zaterdag hebben José en haar gezin een stuk meegewandeld.

Nu ben ik weer in me uppie en onderweg naar Jeruzalem. Op 9 november hoop ik de klaagmuur aan te raken en dan zit mijn reis er op.

Ik ben dinsdag 13 november in Stadskanaal. Een dag later spreek ik over mijn reis en daarna vlieg ik naar Lapland, waar ik drie maanden toeristen meeneem op hondenslee tours.


Auteur

paul.abrahams