Hemd van het lijf met Geert Krops uit Kopstukken

KOPSTUKKEN

Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

door Rie Strikken

In aflevering 41 is het de beurt aan Geert Krops uit Kopstukken.

Wanneer bent u geboren?

“Ik ben geboren op 24 april 1949. Dat weet ik zeker.”

Naast zijn plattelandswinkel in Kopstukken, in de blokhut die dienst doet als kantine, wiegt Geert Krops op de achterste poten van zijn keukenstoel, de linker voet stevig op de vloer geplant, de rechter voet ligt op de linker knie. Zijn handen gevouwen achter in de nek. Hij knijpt de ogen samen, schiet voorover, laat de stoel op alle vier de poten landen en wijst met een priemende vinger naar uw verslaggever. “Voor de rest moet je me niet teveel ingewikkelde dingen vragen. Ik heb niet veel geleerd, kan niet veel onthouden. Dat komt door de ADHD. Wat ik wel weet is, dat ik ben geboren met ondernemersbloed.”

“Mijn vader had een gemengd boerenbedrijf. Ik was de tweede van vier kinderen: twee jongens en twee meisjes. Ik was de eerste dopeling in de noodkerk die de roomsen na de oorlog kregen in Kopstukken.”

ADHD

Over de zes klassen van de lagere school heb ik acht jaar gedaan. Twee bonusjaren zeg maar. Ik wou niet leren, was niet te handhaven. Achteraf gezien kwam dat door de ADHD, maar ja, dat woord kende nog niemand, dus daar was men zich niet van bewust. De meester stuurde mij meestal naar buiten. Hij zei: “Geert, mien jong, kijk jij eens even of … “ nou en dan had ie een of ander klusje waar ik een paar uur zoet mee was.”

Voor het eerst verschijnt de schalkse blik, een brede lach over het hele gezicht. “Door die twee extra studiepunten zeg maar, ging ik op mijn veertiende pas van school af en naar de landbouwschool. Daar was ik vlot klaar mee, na twee maanden. Ik ging aan het werk. Op de dorsmachine in de Kavelingen … naald en draad … stilstaand werktuig … “. In een spervuur volgt een relaas van specialistische lang vergeten landbouwtermen en vraagt hij: “Kun je het niet volgen? Moet je even op internet kijken, daar staan hele leuke filmpjes op.”

En verder raast de wervelwind: “Met zestien jaar kwam ik bij het waterschap, zoden leggen, talud paaltjes plaatsen, zulks wat allemaal.”

Drie rijbewijzen in drie maanden

“Toen ik achttien werd heb ik in drie maanden al mijn rijbewijzen gehaald: motor, luxe wagen en vrachtwagen. Ik heb niet één les gehad. Bij het examen van de luxe wagen spande het er nog even om. De examinator vond dat ik op een bepaald stuk wat driester had mogen zijn met inhalen. Dat vond ik eigenlijk ook wel, maar ik zei met een stalen gezicht: als het niet voor een onoverzichtelijke bocht was geweest dan had u gelijk gehad.” De man dacht er even over na en knikte bevestigend.

“Ik was geslaagd. Het vrachtwagen rijbewijs was helemaal een makkie. Ik moest even de versnellingspook bedienen, de spiegel vast maken, links en rechts kijken. Na een rondje Winschoten was ik geslaagd en ging ik aan het werk bij Hoekstra, vooral aardappeltransport en veetransport. Dat heb ik negen jaar gedaan. Twee jaar heb ik nog op een scheepswerf gewerkt in Hoogezand, maar dat had ik gauw bekeken. In mijn vrije tijd was ik 'old iezer-jeude' en ploegde ik particuliere tuinen. Ik was altijd bezig, zag overal brood in. Na negen jaar kwam ik bij de GADO. Ik ben zevenendertig jaar buschauffeur geweest.”

Mannie

“Was u niet ergens onderweg getrouwd?” Krops valt even stil. De stoel landt zacht op vier poten, hij kruist de armen voor de borst. Rustiger, weemoediger, hoofdknikkend vervolgt hij. “Ja. Bij een uitwisseling van katholieke jongerenorganisaties werd ik verliefd op Mannie Bolk uit Nieuw Weerdinge. Wij waren een jaar of veertien, vijftien. Toen wij trouwden was zij 19, ik 21.

We kochten in Ter Apel een huis voor 17.500 gulden. Later heb ik het verkocht voor 175.000. Ja, schrijf dat maar gerust op. Ik heb dan wel niet veel geleerd, maar het handelen heeft er altijd in gezeten. Mannie was veel rustiger dan ik, maar was ook een aanpakker. Zij werkte bij een benzinestation. Een slager in de buurt had heel veel werk van shaslick spies maken. “Dat kan ik wel doen als er geen klanten aan de pomp zijn” zei zij. We kregen één zoon. Achter het huis in Ter Apel begonnen wij als hobby met een groentekwekerijtje.

Ik moet gewoon bezig zijn. Het gaat niet eens om het geld, maar om de handel, de kick. Dat liep zo goed dat we een stuk land van mijn vader in Kopstukken erbij gingen bewerken en de groenten verkochten vanuit een klein stalletje. Op een beurs zag ik op een gegeven moment vogelnetten voor mijn koolplanten. Daar ben ik in aanraking gekomen met aardbeiplanten. Geweldig vond ik dat. Mannie en ik hebben de aardbeikwekerij samen een succes gemaakt.

Toen ik vijfenvijftig was werd een collega bij de GADO helemaal gek van mijn drukke gedoe en moest ik naar de bedrijfsarts. Die constateerde ADHD en zei dat ik regelmatig moest werken, van 05.00 tot 13.00 uur en één keer in de zeven weken een week vrij om weer op te laden. Dat opladen ging het beste als ik bezig was op de kwekerij.

Van lieverlee zeiden de buurvrouwen: "kom hier toch weer wonen, dat is veel gezelliger.” Mannie wou eigenlijk niet weg uit ons huis in Ter Apel, maar we hebben dertig jaar geleden dit huis gebouwd en ze heeft hier met heel veel plezier gewoond. Mannie was altijd positief, net als ik.

Toen we wisten dat ze niet weer beter werd zei ze niet “oh, wat erg dat ik zo jong dood moet”, maar we hielden mekaar vast en dan zei ze: “Geert, wat hebben we een mooi leven samen. Het heeft mij nooit aan iets ontbroken.” Ik was natuurlijk helemaal van slag toen ze overleed, tien jaar geleden. Wij waren veertig jaar lang dag en nacht bij elkaar geweest. Ik kon zo moeilijk alleen zijn….”

Boer Geert

Het gesprek schakelt in een hogere versnelling. De keukenstoel wipt weer achterover, rechter voet op linker knie, handen gevouwen in de nek.

“Ja, en toen werd ik in 2014 Boer Geert. Nou, de buurvrouwen die mij opgegeven hebben en iedereen hier in de buurt, staan achter mij, om mij heen. Ze weten dat Krops een hele andere kerel is dan Boer Geert van de televisie. Maar, ik heb geen seconde spijt dat ik meegedaan heb. Ik heb er dan wel geen vaste relatie aan overgehouden, ik heb wel geleerd om op vrouwen af te stappen. En ik zet mijn bekendheid graag in.”

Weer de kwajongensachtige blik en de guitige lach: “Voor mijn eigen voordeel, bijvoorbeeld door het openen van een winkel. Dan stap ik onder de douche, trek mijn mooie kleren aan en dan zeggen de mensen “Geert, wat zie je er nog patent uit jong.” Maar ook voor mijn stokpaardje, de streekproducten. Ik ben lid van “Westerwoldse streekproducten”. Die club heeft zo’n tien leden.

Ik promoot goed eten. Ik zeg altijd: je wordt ziek van de rommel die je in je dure lichaam stopt. Zoek maar eens op wat Rineke Dijkinga daarvan zegt. (“Wat de vader van een ziekte ook is, de moeder is altijd een slechte voeding.” Deze uitspraak van Hippocrates is het motto van de voedingsdeskundige uit Sellingen. R.S.). Wij moeten gewoon eten wat dicht bij huis en verantwoord verbouwd wordt. Gelukkig is daar wel steeds meer aandacht voor. Hoewel ik toch ook wat mensen reclame zie maken met dat ze “lokaal met producten van Boer Geert” werken, terwijl ik ze in geen maanden meer gezien heb. Een aantal supermarkten is afgehaakt omdat ze via de landelijke groothandels moeten inkopen. Één supermarktketen heeft drie jaar lang zure aardbeien verkocht, dat was een verkeerd ras. Die komen wel weer terug bij mij.

De Jumbo van Vlagtwedde en de Coop in Musselkanaal en Muntendam verkopen mijn spullen. Morgen rij ik met mijn boerenkool naar Zwartsluis. Dat restaurant wil alleen het beste. Marktkoopman Roggen uit Roden idem dito. En in mijn winkel hier aan huis is ook nog aanloop zat.”

Inmiddels is Heijn Kruize aangeschoven, zijn beoogd opvolger.

“Volgend jaar word ik 70. Dan moet ik de zaken maar eens overdragen. Heijn is precies net zoals ik vroeger, alleen niet zo druk!” Met een lachsalvo landt de stoel op vier poten en slaat Krops op de tafel. “Hij is pas 28, maar ik heb gezien hoe hij bij zijn vorige baas net deed of het zijn eigen bedrijf was: een half uur eerder aanwezig, als laatste weg.”

Heijn glimlacht, de rust zelve inderdaad, maar we ontwaren wel pretoogjes…

Is er voor Geert Krops een leven na de aardbeien- en groentekwekerij 'vers van het land, zo naar de klant?' “Jazeker. Met Mannie ging ik vroeger skiën en later op vakantie naar Portugal, Spanje, Duitsland. Nu ga ik één keer in de week naar Fontana in Bad Nieuweschans. Ik ga graag goed frühstücken in Haren, hier vlak over de grens en zo heb ik nog wat favoriete adresjes. En ik denk, dat ik toch ook wel weer de eerste vroege aardappels wil hebben. Ik heb altijd de eerste! Mijn geheim is dat ik de poters al in januari in kistjes doe … en de rest vertel ik niet.

Met Mannie had ik altijd de grootste lol als wij onze eigen aardappels gingen 'stelen'. Een week voor de klanten aan wilden wij altijd als eerste nieuwe aardappels. Zo tegen de schemering slopen wij naar het aardappelveld. Mannie nam een trekje, tipte de as af en wees met haar sigaret naar de stammen: die en die en die en die. Ik krabde een paar aardappels onder de stammen die zij aanwees. Als de klanten ons zagen dan wilden die ook nieuwe aardappels, dus wij slopen stilletjes stiekem weer naar huis met onze verborgen buit. Een uur later smulden wij van de gebakken aardappeltjes met spek en siepeltjes, stippen in royaal mosterd… heerlijk.

Als Heijn de zaak overgenomen heeft mag ik misschien een paar van hem stelen.”

Glimlachend knikt de beoogd opvolger zwijgend.


Auteur

paul.abrahams