Rie Strikken: Aardbeien in december

De ophef rond de Kersteditie van de Allerhande gaat gelukkig stilletjes mijn huisje voorbij.

Ons kerstdiner bestaat sinds mensenheugenis uit fondue. Vleesfondue. Met heel veel vlees. Van één van de goede slagers die de Kanaalstreek rijk is. Erbij heel veel kant en klare bijgerechtjes. De lekkerste olijven van de markt, mooie salades voor elk wat wils, sausjes teveel om op te noemen. En heel veel wijn, bier, bronwater en ranja.

Ik ben geen keukenprinses, dus om voor tien personen iets feestelijks op tafel te zetten is fondue wel zo ongeveer het hoogst haalbare. Mijn persoonlijke toets bestaat uit het fabriceren van een eiersalade volgens geheim familierecept. Dat recept is zo geheim dat het nergens zwart op wit staat, het zit alleen in mijn hoofd, dus de smaak is elk jaar weer een verrassing. Vooraf een pompoensoep uit de diepvries, ook volgens geheim recept.

Als toetje is er Viennetta. Geen tiramisu- of caramelsmaak, altijd de klassieke vanillesmaak.

In principe kook en eet ik al jaren wat het seizoen schaft. Onder andere pompoen in het najaar, zuurkool, boerenkool en peulvruchten in de winter, spinazie, rabarber en asperges in het voorjaar en in de overvloedige zomer van alles, vooral heel veel aardbeien. De allerlekkerste van kwekerij Krops in Mussel. In het hoogseizoen trakteer ik bijna wekelijks onszelf en de kleinkinderen op de zomerkoninkjes. Die zijn er dol op en vinden het jammer als het seizoen voorbij is. In het voorjaar rekken ze hun nekjes uit als wij met de auto de kwekerij passeren en zodra ze het eerste vage groen ontdekken op de aardbei stellingen, vragen ze hoe lang het nog duurt voordat er weer aardbeien zijn.

Ik hoef in december geen sperziebonen uit Timboektoe of asperges uit Peru, maar vorig jaar zag ik een dag voor kerst prachtige aardbeien uit Egypte in de supermarkt. Stinkend duur, maar zo zeldzaam vers, groot, mooi en rood. Vervuld van voorpret nam ik ze mee. Ik zag de blije gezichtjes al voor me!

Hoewel ik zelf meer van de hartige kost ben kon ik niet wachten tot de Viennetta op tafel kwam en ik de aardbeien er met een grote armzwaai naast zette: “tadaaaaa, kijk eens wat ik heb!”

De meisjes zetten grote ogen op en kregen blosjes op de wangen. Blij verrast pakten ze ieder de grootste aardbei, stopten die in de mond en zetten gulzig hun tanden erin.

Het kauwen werd onmiddellijk trager, ik zag hoe ze langzaam met de mond gesloten hun tong tegen de bovenkant van de bovenlip duwden, ze konden de teleurstelling niet verbergen. Tergend langzaam kauwenden ze en slikten, maakten geen aanstalten om nog een winterkoninkje te nemen. “Is het niet lekker?” vroeg ik. Hulpeloos keken de keurig opgevoede kindjes hun moeder aan, die bemoedigend knikte. De blik op tafel gericht schudden ze langzaam de hoofdjes.

De volgende dag heb ik de aardbeien in suikerwater gekookt en warm over de kliekjes Viennetta geschonken.


Auteur

paul.abrahams