Hemd van het lijf met Geert Schreuder uit Onstwedde

ONSTWEDDE -Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 70 is het de beurt aan kunstschilder Geert Schreuder uit Onstwedde.

Wanneer ben je geboren?

Op 3 januari 1949. In St. Franciscus in Veendam. Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader boer. Mijn ouders hadden een boerenbedrijf in Stadskanaal Noord. Ik ben de jongste van drie kinderen, ik heb twee oudere zussen. Het was niet echt een artistiek milieu, nee. Alhoewel … van een oom werd gezegd dat die ook mooi kon tekenen … maar daar heb ik eigenlijk nooit werk van gezien … Zo lang ik mij kan herinneren tekende en krabbelde ik altijd al.

Kunstacademie

Ik ging naar de lagere school, de Westerschool, vlakbij ons huis, en naar de MULO aan de H.J. Kniggestraat. Natuurlijk wou ik graag naar de kunstacademie, maar pa vond dat geen goed idee, met kunst kon je immers geen droog brood verdienen. Daarom deed ik eerst twee jaar Bouwkunde aan de MTS in Groningen. Omdat je met de kunstacademie ook leraar kon worden, mocht het van pa uiteindelijk wel en heb ik vier jaar Academie Minerva in Groningen gedaan.

Ik kreeg een baantje als leraar op een middelbare school, met een beetje hulp van mijn voormalige docenten. Nou, daar hebben ze, denk ik, wel spijt van gehad, weet ik wel zeker eigenlijk. Ik ook trouwens. Laat ik maar zeggen, dat ik niet echt een eh … didactisch talent was. Na een half jaar ben ik gillend weggerend.

Esweg

Na de dienstplicht ben ik in 1971 getrouwd en hebben we dit huis hier in Onstwedde, aan de Esweg, gekocht. Je had toen de Beeldende Kunst Regeling, dat was natuurlijk eigenlijk gewoon een soort verkapte Bijstand: ik kon volop schilderen en de overheid kocht werk aan. Tegen de tijd dat die regeling ophield te bestaan kon ik gelukkig in mijn eigen onderhoud voorzien. Dat was zo rond 1988.

Ondertussen waren we in 1984 gescheiden. Inmiddels is de verstandhouding onderling prima hoor, en de kinderen zijn goed terecht gekomen. Adriaan, geboren in 1975, is na lange tijd in de horeca nu leraar Creatieve Vakken, Wouter (1977) werkt bij Podium TV en Catrien (1979) is Hoofd Tentoonstellingen en Collectie van het Stedelijk Museum in Schiedam.

Er waren wel eens wat nieuwe liefdes, maar die hebben niet echt doorgezet. Och, en het heeft ook wel zijn voordelen, een heel huis voor mij alleen: heb ik ook meer opslagruimte en zo hè.

Overzichtstentoonstelling

Omdat ik 70 ben geworden en vijftig jaar in het vak zit is in Museum De Oude Wolden in Bellingwolde een overzichtstentoonstelling. ‘Geen gemaar’ is de titel. Naar mijn favoriete gedicht van Remco Campert. Een totaal vergeeld kopietje daarvan hangt hier al dertig jaar op de w.c. Het ligt nu bij de tentoonstelling.

Hier boven op zolder heb ik jarenlang alles vol gestouwd. Er zat werk tussen waarvan ik niet eens meer wist dat ik het had. Voor die tentoonstelling ben ik daar eens serieus tussen gaan kijken. Spannend vond ik het: wil ik dat nog wel weer zien? Valt het mee of niet? Verrassend was het.

Sinds een paar jaar fotografeer ik. Een selectie van de foto’s is opgenomen in de tentoonstelling en ook voorbeelden van mijn illustratiewerk. Ik ben heel tevreden met het resultaat. Mijn dochter Catrien verrichtte de opening, ja, dan ben je wel trots natuurlijk. Alle kinderen, vijf kleinkinderen en mijn ex-vrouw waren er trouwens.

Altijd schilderen

Ik ben altijd aan het schilderen. In een heel grijs verleden heb ik nog wel eens wat les gegeven aan amateur schilderclubs. In de hoogtijdagen, voor de crisis, leverde ik illustraties, maakte vrij werk, deed ik tentoonstellingen en ja, ik heb altijd best veel opdrachten gehad. Van portretten vooral. Of ik wel eens een opdracht geweigerd heb wil je weten? Moet ik even nadenken … ja, nou, inderdaad, er was eens een man die wilde een portret van zijn vrouw, maar hij zei ‘Het mag nait meer kosten as viefendaarteg euro, mor t huift ook nait zo precies.’ Dat heb ik maar niet gedaan. Ik lever geen broddelwerk op bestelling.

Ontwikkeling

Er zit een ontwikkeling in mijn werk van in de beginperiode realistisch schilderen naar losser tot bijna abstract. Hoewel, echt abstract heb ik nooit geschilderd. Daarna losser, toetseriger, schilderachtig. Luchten, stillevens, portretten. Thema’s die steeds terugkeren zijn het mooie landschap van Oost-Groningen, het Oldambt.

Het meest schilder ik op panelen, met vooral acrylverf, olieverf of een mix van die twee. En eigenlijk gebruik ik al vijftig jaar lang maar zes kleuren, die meng ik tot wel 10.000.

De Ploeg

Sinds 2017 ben ik lid van De Ploeg (Groninger kunstenaarsvereniging met leden uit Stad en Ommelanden. Illustere namen zijn Hendrik Werkman, Jan Wiegers, Johan Dijkstra. Ik had er eigenlijk nooit zo bij stil gestaan, maar mijn buurvrouw was lid en dat kwam zo eens ter sprake. Ik zei ‘Mag ik met jullie meedoen?’ Je komt dan voor zo’n ballotagecommissie en daar werd ik goedgekeurd. Ik viel net met de neus in de boter. In 2018 vierde De Ploeg het eeuwfeest met heel veel aandacht en publiciteit. Voordeel is ook dat je in een totaal ander circuit terecht komt. Andere bijeenkomsten, tentoonstellingen. Nou heb ik over tentoonstellingen nooit te klagen gehad, ik heb er zo’n tien tot twintig per jaar, de groepstentoonstellingen meegerekend.

De Ploeg telt op dit moment zo’n twintig actieve leden.

In de samenstelling van mijn overzichtstentoonstelling is veel tijd en energie gaan zitten. Hij duurt tot 22 september. Dan komen alle werken terug. Vooral van alles wat van de zolder kwam, daarvan kan ik me gewoon niet voorstellen dat dat daar allemaal paste. Dat krijg ik er ook nooit weer op. Dus moet ik stellingen bouwen om ze fatsoenlijk te ordenen en te bewaren.

Ordenen moet sowieso, want elke eerste zondag van de maand heb ik Open Atelier. En zo’n drie, vier keer per jaar organiseer ik kleine intieme concerten onder de naam Esway Atelier Concert.

Hobby’s

Of ik nog tijd heb voor hobby’s wil je weten? Jawel. Ik kan gelukkig doen en laten wat ik wil. In de toekomst ga ik mooi zo door, ik wil niet anders. Beetje freewheelen. Nee, oppassen op de kleinkinderen hoef ik niet vaak. De moeder van mijn kinderen woont in Stad, dichtbij de jongens, dus het is wel zo praktisch dat zij dat doet. En mijn dochter in Utrecht heeft een schoonmoeder waar ze op kan rekenen.

Schilderen doe ik altijd. En één keer in de veertien dagen maak ik een flinke wandeling met mijn goede vriend Herman ter Veen. Ja, onze vroegere beleidsmedewerker van de gemeente en contactpersoon van IVN. Wij genieten allebei geweldig van de natuur. We zoeken een route uit van zo’n tien kilometer waar we met de auto naartoe rijden. Op de terugweg eten we meestal een patatje, en dan zitten de calorieën die we er af gelopen hebben meteen weer op.

Daarnaast fotografeer ik al heel lang. Sinds de komst van de digitale camera heel veel. Vooral landschappen, luchten, stillevens. Ja, dezelfde thema’s van mijn schilderijen eigenlijk. Maar daarvan heb ik geen serieuze verzameling. Een enkele mooie uitschieter daargelaten. Een aantal daarvan is dus ook te zien op de tentoonstelling in Bellingwolde hè.

En dan hebben we nog de Filosofieclub. Die begon ooit, ik meen rond 1983, als cursus van de Volksuniversiteit. Was jij daar toen ook bij? In Hotel Dopper? Och ja, dat is waar ook, het begon in hotel Dopper, vlak voordat dat afgebroken is. Na de Volksuniversiteit zijn wij met een clubje zelfstandig verder gegaan. Op een gegeven moment heb ik het penningmeesterschap overgenomen en van het een kwam het ander. Ik ben de contactpersoon. We komen elke maand bij elkaar in De Drijscheer, hier in Alteveer. Het ledental is al jaren redelijk stabiel tussen vijftien en vijfentwintig. Onder leiding van Ronald Hünneman filosoferen wij er een hele avond lustig op los. Boeiend, zelfs na al die jaren nog ontzettend boeiend ja.

En het zal nooit mijn hobby worden, maar het moet wel gebeuren: gras maaien. Het is een flink erf hier. Vanwege het Open Atelier en die Esway concertjes moet ik het natuurlijk wel een beetje bijhouden. Verder doe ik niet zoveel aan de tuin. Oh, vind je het er wel heel leuk uitzien? Dank je. Vooral die anjers? Oh, zijn dat anjers? Nou, dat zal wel. Geen idee.

Daar loop ik dan toevallig tegenaan, vind ze mooi en stop ze in potten. Zie jij daarin een aardige compositie? Och ja, nou je het zegt… best wel mooi eigenlijk.

Rie Strikken