Hemd van het lijf met Judith van Goor-Bentlage uit Musselkanaal

MUSSELKANAAL - - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 82 is het de beurt aan reisagente/voormalig ‘juf Judith’ van Goor-Bentlage uit Musselkanaal

Juf of meester ben je vierentwintig uur per dag. Juf Judith was jarenlang een vertrouwd gezicht op de Willibrordschool. Vorig jaar gooide zij het roer om. Is ze inmiddels afgekickt? Of kriebelt er, zo aan het begin van het schooljaar, toch iets?

“Mijn werk is altijd mijn hobby geweest, waarvoor ik nog betaald kreeg ook! In de vakantie heb ik eens een lokaal geverfd, een week voor schoolaanvang richtte ik de klas in. Als ik nu al die kinderen weer naar school zie gaan, dan doet me dat toch wel wat… Maar op mijn vijfenveertigste kwam er iets moois op mijn pad.”

Ze vertelt enthousiast over vakanties voor dialyse patiënten, accommodaties en reizen. Uw verslaggever laat zich meeslepen, maar moet op een gegeven moment voorheen-juf Judith manen: aandacht bij de les, terug naar de basis!

Wanneer ben je geboren?

“Op 1 september 1973. In het Refaja ziekenhuis, net als mijn drie jongens. Mijn vader werkte in loondienst maar toen ik op de Antonius basisschool zat begon hij een eigen installatiebedrijf, in Musselkanaal. Mijn moeder deed de winkel erbij. Ik heb een fijne jeugd gehad. In de derde klas bouwden mijn ouders een nieuw huis, wij woonden een jaar in een stacaravan. Het grondstuk was één grote zandbak, waar mijn jongere zus, ik en buurkinderen heerlijk in konden spelen.

The Crazy Six

Wij hadden een vriendinnenclubje, ‘The Crazy Six”. Op woensdagmiddag waren we afwisselend bij iemand thuis. Toevallig waren alle moeders nogal creatief, we maakten bijvoorbeeld van een oude spijkerbroek een tas. Mijn moeder was heel handig met de naaimachine. Was de ophaalrok in de mode, dan kreeg ik die. Mijn trouwjurk heeft ze zelfs gemaakt, met ontelbare pareltjes en lovertjes. Wat een werk!

RSG

Meester Holman vond dat ik naar de MAVO kon, mooi bij ons in het dorp. Mijn moeder dacht daar anders over en het werd de RSG in Ter Apel. VWO, na de brugklas, was net te hoog gegrepen en ik stroomde af naar de HAVO. Als bijbaantje heb ik bij de Edah gewerkt. Nou, daar beleefde je wat! We betrapten eens een dievegge op heterdaad. Wat daar allemaal onder die jas vandaan kwam! En van twee ruziënde klanten greep er eentje een vleeshaak en rende daarmee achter de ander aan. Dat ging maar net goed omdat wij 112 belden.

Desmond

Op mijn vijftiende kreeg ik verkering met Desmond. Ik was eigenlijk wel serieus, maar in HAVO 4 was het met een vriendengroep even alleen maar feesten, leve de lol. Zaterdagavond naar Bermuda, zondagmiddag naar Chaperon, zwemmen bij Schloss Dankern, topless zonnen in de Beetse: toen mijn moeder dáár achterkwam was het niet te best…

Desmond versliep zich geregeld en miste dan het eerste uur op school. Uiteindelijk is zo’n beetje de helft van de klas blijven zitten. Onze ouders hebben ons allemaal gestimuleerd en het jaar daarop liepen we weer in het gareel. Toen ik tweeëntwintig was wilden mijn ouders nog eens een nieuw huis bouwen. Wij zijn toen in hun huis gaan wonen, mooi dichtbij de zaak. Jaren later mochten wij het bedrijf overnemen.

PABO

Na de PABO lagen in het onderwijs de banen niet voor het oprapen. Ik sprokkelde uren bij elkaar in Veendam, Kopstukken en Ter Apel. Uiteindelijk heb ik op de Willibrordschool in Stadskanaal het langst gewerkt. Mijn eerste ‘eigen’ groep was groep zeven. De eerste keer op schoolkamp! Wakker heb ik ervan gelegen, wat een verantwoordelijkheid … ik zag veel beren op de weg. Ik ben een control freak en mijn perfectionisme zat me in de weg. Nu nog wel. Maar ik krijg thuis tegengas. Het is een echt mannenhuishouden hier: geregeld is het vier tegen één.

Het ging gelukkig allemaal goed. Werken met kinderen vond ik toch het allermooiste.

Met mijn groep zeven ging ik naar groep acht. Die leerlingen worden opeens prepubers. Ze zijn kritisch. Dat heb ik altijd bewonderd en aangemoedigd. Er werd fel gedebatteerd, maar ook heel wat afgelachen. En dan aan het eind van het jaar een week Schiermonnikoog.

Richting 45

In 2001 zijn Desmond en ik getrouwd. De huwelijksreis ging naar de Malediven. Op onze bruiloft deed mijn klas een prachtig stuk en we kregen een knalgele koffer met de namen van alle kinderen erop. Die gaat nog steeds mee op reis.

Op een gegeven moment ben ik de cursus Rekencoördinator gaan doen. Toen kreeg ik de smaak van het studeren weer te pakken en ik ging door met de opleiding Locatiecoördinator, later de master SEN Begeleiden. Dat kon ik mede doen, omdat mijn moeder altijd voor mij klaarstond om op te passen en omdat Desmond een groot aandeel heeft in de opvoeding van de jongens en in het huishouden.

Na meer dan tien jaar ging ik weg van ‘mijn’ Willibrordschool. Dat was een hele stap! Op diverse scholen ben ik een paar jaar IB’er geweest. Uiteindelijk miste ik toch het directe contact met de leerlingen en werd weer ‘gewoon’ juf Judith in Veendam.

Maar inmiddels ging ik richting de vijfenveertig jaar en dacht ik na over de toekomst. Wou ik tot aan mijn pensioen voor de klas staan? Je beseft dat, als je nog iets anders wilt, je dat nu moet doen. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging en besloot met het onderwijs te stoppen. Uiteindelijk zat ik in mijn laatste jaar in het onderwijs in precies hetzelfde lokaal als waar ik ooit begonnen was. Bijzonder hè.

Voorstel

Mijn zus kwam namelijk met een voorstel. Zij heeft jaren dichtbij Benidorm gewoond, waar ze werkte als dialyse verpleegkundige. Daar regelde ze wel eens reizen voor patiënten en dat werden er van lieverlee steeds meer. Het leek haar wel handig om de opleiding tot reisagent te gaan doen, maar eigenlijk had ze daar geen tijd voor. Ze vroeg of ik dat wilde doen. Dan konden we samen reizen organiseren. Daar moest ik wel even over nadenken…

Ik besloot in ieder geval de opleiding Zelfstandig Reisagent te doen en rondde die in een half jaar af. In maart vorig jaar ben ik er aan begonnen. Bijna als vanzelf rolde ik in het wereldje en ik heb de knoop doorgehakt: per 1 augustus 2018 stapte ik uit het onderwijs, en op 1 oktober ging Dia Travel van start. En weer hetzelfde liedje als in het onderwijs hè… kan ik dat wel? Gaat het wel goed? Spannend, spannend. Maar het gaat goed. Mijn zus heeft natuurlijk al jarenlang de connecties in Spanje.

Reismicrobe

We maken reizen op maat. Als een klant een bestemming gekozen heeft, dan kijkt mijn zus waar het dichtstbijzijnde dialysecentrum is. Op de dag dat er gedialyseerd moet worden kan men niet reizen. Ik pas daar tickets, transfer en de locatie van de accommodatie bij aan. Onze klanten komen vooralsnog veel uit het Westen en uit België. Bij onze zuiderburen wordt door maatschappelijk werk gestimuleerd dat nierpatiënten er eens even lekker uit gaan. We krijgen veel enthousiaste feedback.

Een Belgische klant van het eerste uur stuurde een tamelijk formele mail: “Geachte mevrouw Judith, wij zijn getroffen door de reismicrobe.” De vlammen sloegen me uit. Ik dacht “O God, wat voor ziekte hebben die mensen opgelopen?” Even googelen leerde me dat ze het reisvirus te pakken hadden. Ze hebben alweer geboekt!

Kwetsbaar

Wat ik verder voor toekomstplannen heb? De dialyse patiënten leren je hoe kwetsbaar het leven is. Ook worden we momenteel van zeer dichtbij met ernstige ziektes geconfronteerd. Dan ga je relativeren. Vroeger moesten voor mijn verjaardag de ramen gewassen zijn, de tuin onkruidvrij, dit jaar was dat niet belangrijk. Aandacht voor verdriet binnen de familie en omgeving was het enige dat telde.

Zelfstandig reisondernemer zijn kost veel tijd. Maar de zaterdagen zijn voor het voetbal van mijn jongens. Ik ben blij dat ze alle drie op voetbal zitten, dan hoef ik niet van de ene sport naar de andere op zaterdag. Robin van zestien wil misschien het onderwijs in, Sander van veertien en Ruben van twaalf hebben wel wat met de zaak. Zo af en toe rij ik voor de aardigheid in mijn oude Kever die ik al zestien jaar heb. Net als ik vinden de jongens dat een mooie auto, ze hebben er alle drie een spreekbeurt over gehouden.

En eigenlijk is het met Dia Travel weer net als in het onderwijs: mijn hobby is mijn werk.

Na een jaar kan ik wel zeggen dat het een goede keuze geweest is. Rijk word ik er niet van, maar wel gelukkig.”

Rie Strikken