Oude Pekela haalt schouders op bij reeks containerbranden

Knarsend vindt de schep zijn weg tussen de stoep en de samengesmolten zooi papier en kliko. Henk Bunk kreunt onder het gewicht van de voormalige papierbak die in de nacht van zondag op maandag in brand stond aan de Titanstraat in Oude Pekela. „De zevende in veertien dagen”, verzucht Bunk over de reeks brandstichtingen.

„Even met z’n tweeën”, sommeert zijn collega Bunk als hij het gevaarte probeert op te tillen. Het tweetal werkt de klonten plastic en papier in een mum van tijd in de laadbak. Het is de jeugd, gokt Bunk.

Het merendeel van de branden was laat en in het weekend. Vaak in rustige straatjes waar weinig toezicht is. Maar ook bij winkelcentrum De Helling werd driemaal brand gesticht. „Ook de kledingcontainer voor hergebruik.”

Niemand die er naar omkijkt

Om de kledingcontainer en een papierbak midden op de parkeerplaats zitten nog steeds rood-wit afzetlint gespannen: ‘Geen toegang: brandweer’. Niemand die er naar omkijkt. En ook op straat is niets van angst te bespeuren: containers staan ver na het middaguur nog schots en scheef op de stoepen.

Aan de Titanstraat beziet buurman Henk het werk van Bunk. Zijn container had ernaast gestaan als die voller was geweest. „We hebben het ook zelf in de hand”, oordeelt hij. De brandstichting is het werk van ‘een zieke geest’, maar: „Die heb je overal. We kunnen de bak er ook ‘s ochtends neerzetten. De gemeenschap heeft ook schuld. Als ze ‘m er ‘s ochtends om zeven uur neerzetten gebeurt dit ook niet.”

‘Je kunt je overal wel druk om maken’

Onschuldig is het in ieder geval niet. Hij wijst naar een geparkeerde Toyota. Het is een oudje. Op de ramen kleven snippers papier en roet.

„Kijk dat is een ander verhaal. Voor hetzelfde geld had die schade gehad. Die auto heeft geen economische waarde, maar hij (zijn buurman, red.) kan er nog wel een paar jaar in rijden. Een nieuwe krijgt hij niet meer.”

Al met al slaapt Henk er echter niet minder op. „Je kunt je overal wel druk om maken.”

Een rondje deurtje bellen in de straat levert vooral opgetrokken schouders op. Meerdere buurtbewoners hebben van de reeks brandjes niets meegekregen. Anderen hoorden het via via of zagen het hoopje in de goot.

Ze blijven er nuchter onder. Het zijn baldadige kwajongens, denken zij. „Het is niet dat het Oude Pekela is. Dit kan overal gebeuren”, vat Geert Wilds het gebeuren samen.

Bunk trekt intussen het dikste restant papier van een lantaarnpaal, kijkt naar de zwartgeblakerde straat en concludeert: „het duurt wel even voordat dat schoon is.”