Column Rie Strikken: De kerstblues

STADSKANAAL - Woensdagavond, zeven uur, het rijk alleen. MijnBetereHelft is naar koorrepetitie.

Chaverim studeert een mooi kerstconcert in.

Het concert is, naast het kerstdiner, dit jaar alles wat ik aan kerstigs van plan ben te doen.

Voor mij geen Weihnachtsmarkt meer. Jarenlang gingen wij met veel plezier naar Leer. We verheugden ons op gebakken champignons en Glühwein, de geur van overal verspreid staande vuurkorven, het devote kinderkoor dat uit het hoofd “O du fröhliche” zong, de enorme beuk op het dorpsplein, die bij het vallen van de duisternis met zijn honderden lampjes steeds scherper aftekende tegen de langzaam donkerende lucht.

De mooiste huisvlijt spulletjes heb ik er gekocht. Gefiguurzaagde kerstdecoratie, kaarsen van bijenwas en heerlijke honing van een plaatselijke imker. Zijn vrouw maakte duindoornzeep.

Opeens waren ze verdwenen. Er was een currywurstbude voor in de plaats gekomen. Het jaar erop ontbrak de stand van de plaatselijke Sociale Werkvoorziening, waar ik elk jaar een antroposofisch engeltje kocht. Op hun plaats serveerde een kerstman aan statafels vers gebrande amandelen.

Met hoofdzakelijk nog eterij was voor mij de grap van de kerstmarkt af.

En een kerstboom daar heb ik ook geen zin in. Drie jaar geleden vond mijn dochter dat het tijd werd voor iets nieuws. Ik bracht mijn oude rood-groen-zilveren kerstboomversiering naar de kringloopwinkel en zocht, samen met onze Marie, compleet nieuwe, mat-loodkleurige, spulletjes uit. Zij vond het prachtig.

Een grote glimmende zilverkleurige strik bij wijze van piek kon mij nog enigszins met het resultaat verzoenen; mijn kind weet dat ik dol ben op strikjes. Haar vader vond zelfs de strik vreselijk.

Het jaar daarop ging Marie samenwonen. De eerste kerst in haar nieuwe huis was alles overdadig licht en verlicht, glimmend-glitterend versierd in rood, groen en zilver.

Wij hebben sindsdien geen boom meer gehad.

Vorige week waren vrienden op bezoek. Ze vertelden enthousiast dat de kerstboom al in de kamer stond. “Zo gezellig” zei Willemijn. “En we hebben eens even alles nieuw gekocht. Je moet soms een beetje met je tijd mee. Dat spul van ons was in van die ouderwetse kleuren, dat rooie en groene, je weet wel. Misschien kunnen we er nog iemand blij mee maken en anders gaat het naar de kringloop.” MijnBetereHelft opperde voorzichtig dat hij toch ook wel weer zin had in een boom. Ik mokte: “in ieder geval pas na Sinterklaas. En alleen als we weer rood, groen, zilver nemen.” Hij ging gauw over op een ander onderwerp.

Vrijdagavond tien uur. Appje van Willemijn: “JouwBetereHelft neemt een cadeautje voor je mee”.

Even later hoor ik onze auto op de oprit. Ik doe het licht aan en loop naar buiten. MijnBetereHelft zwaait de autodeur open. Hij houdt twee doorzichtige zakken omhoog, met rode, groene en zilverkleurige kerstboomversiering. Uit volle borst zingt ie: “God rest you merry, gentlemen, let nothing you dismay” (God biedt u nu zijn vrede aan, weest blij en vreest niet meer).

Rie Strikken