Hemd van het lijf met Pascal Bunk uit Stadskanaal

STADSKANAAL - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 110 is het de beurt aan tegelzetter/kunstenaar Pascal Bunk uit Stadskanaal.

Vanaf het prille begin volgt uw Grunnen Promotion-verslaggever het project Pop-up Galerie de Renne in Stadskanaal. Helemaal blij.

Yes mensen, zo moet dat: Veenkoloniën Vooruit! Energieke, zelfbewuste veenkoloniale veertigers, wier aanstekelijke enthousiasme zich als een olievlek uitbreidt over lokale middenstand, dito kunstsector, haakfanaten, breipioniers, meest diverse organisaties en overige bevolking.

In het geïmproviseerde headquarters, zoals ze dat noemen, op de eerste galerij van de te slopen flat praat ik met Pascal Bunk. De dynamische tegelzetter/kunstenaar is woordvoerder tegen wil en dank.

Omdat hij eigen baas is kan hij gemakkelijker afspreken. "Maar we doen dit samen", benadrukt hij.

Een dag later gooit het coronavirus roet in het eten.

"Het is zoals het is", reageert Pascal Bunk op het afblazen van het project. "Met woningcorporatie Lefier en sloopbedrijf Krans wordt gezocht naar een mogelijkheid om het evenement op een later tijdstip te laten doorgaan. Het komt goed." Wie is deze veerkrachtige vent?

Wanneer ben je geboren?

"Op 3 juni 1973. In Stadskanaal. Ik ben een echte Knoalster. Sylvester, mijn broer, is een jaar ouder dan ik. Mijn moeder was huisvrouw, werkte bij confectie-atelier Levita of in een snackbar. Mijn vader was metselaar in de bouw. Hij overleed toen ik twaalf jaar was. Onwillekeurig ben ik toen al een muurtje om me heen gaan bouwen. Teveel dood, zoveel verdriet, dat wilde ik nooit weer. Die muur was mijn zelfbescherming. Mensen kennen mij als joviaal, ik lijk gemakkelijk mijn emoties te tonen, en dat is ook wel zo, maar tot zover en niet verder. Ik kan ook heel hard zijn met emoties, je moet niet te lang in emoties blijven hangen: hup, plaatsen en weer door!

Breakdance

Begin jaren tachtig kwamen de hiphopscene en breakdance net op. Ik keek ernaar op MTV en vond het geweldig! Op de rommelmarkt in Eelde zagen wij het in het echt, een demonstratie, en ik dacht: 'Wauw, dat wil ik ook'. Dat gingen wij doen in de dubbele kelder van onze flat aan de Overijsselselaan, waar wij woonden. We waren met zo'n dertig kinderen uit de buurt: Antillianen, Turken, Surinamers en kaaskoppen zoals mijn broer en ik. Er was een groot saamhorigheidsgevoel.

In de regio leefde het een tijdlang heel sterk. Wij traden overal op, van Finsterwolde, Delfzijl, Arnhem, Groningen tot de Duitse grensstreek. In Delfzijl bijvoorbeeld was een battle, wij moesten tegen elkaar dansen en het publiek beoordeelde ons. Ze gingen uit hun dak! Mijn vader heeft mijn eerste optredens nog meegemaakt. Hij was toen al ziek. Hij was ontzettend trots op mij en mijn broer. Vanuit de hiphop belandde ik in de graffiti scène.

In de bouw

Na de basisschool ging ik naar de LEAO en de MDS, de Middelbare Detailhandel School. Ik wou graag een eigen bedrijf, liefst een kledingzaak voor streetwear, beetje skate-achtig, dat soort dingen. Maar toen ik uit militaire dienst kwam was er geen gelegenheid om een winkel te beginnen. Kameraden van mij zaten in de bouw en die namen mij mee, want daar was altijd wel werk. Beetje opperen en andere hand- en spandiensten. In de bouw werd mijn aandacht telkens getrokken door de tegelzetters. Ik vond het zo mooi, zo kunstig, wat die maakten. Mijn creativiteit, het wat met de handen willen maken kwam weer boven.

Ik heb me laten omscholen. Twee jaar lang ging ik een dag in de week naar school en vier dagen was ik aan het werk. In totaal heb ik tien jaar voor een baas gewerkt.

Eigen baas

Met mijn MDS-achtergrond wou ik toch graag zelfstandig worden. In 2008 begon ik mijn eigen bedrijf. Ondanks de crisis liep het als een tierelier. Ik had altijd werk. Voor bedrijven rolde ik van het ene grote project in het andere, soms tweehonderdtwintig woningen tegelijk. Het bedrijf groeide te snel, er moest personeel bij, het liep mij over de schoenen. Het ging niet goed met mij. Dag en nacht zat het bedrijf in mijn hoofd en in mijn handen. Slapen kon ik niet, dan ging ik maar uit bed en stond om 6.00 uur op de bouw.

Muurtje kapot

Een burn out noem ik het niet, eerder overspannen. De boog kan niet altijd gespannen zijn. Tot mijn verbazing merkte ik dat het muurtje, dat ik zo zorgvuldig om mij heen had gebouwd, afbrokkelde. Ik meende dat ik niet kapot kon, dat niets mij kon raken. Nou, dus wel. Ik heb altijd wel doorgewerkt, maar dat het roer om moest, dat was duidelijk. Ik ging het rustiger aan doen. Van de projectmatige klussen voor grote bouwbedrijven ben ik overgestapt op de particuliere markt.

Boekhouding

Voor mijn vrouw was dat wel even slikken. Zij doet de boekhouding en vroeg zich af of we van de particuliere markt alleen konden leven. Gelukkig heeft zij ook altijd werk gehad. En mijn tegelzetbedrijf heeft zich sinds 2012 wel bewezen.

Sonja

Om uit te gaan had je in onze tijd Chaperon en de Bios, verder was er niks. Ja, megadisco ZAK in Uelsen, over de grens bij Coevorden, daar gingen we af en toe heen. Alle jongens waren stiekem verliefd op de mooie Natasja, maar daar vond ik niks aan. Haar vriendin Sonja, die vond ik veel leuker. Ik heb altijd gezegd: 'Ik wil nog eens uit met Sonja…'. En dat is gelukt ook. Tegen de tijd dat we serieus iets kregen, vertrok zij naar Groningen om er een opleiding te gaan volgen en te gaan werken. En ik ging met haar mee. Dat was eigenlijk ook de reden dat het met die kledingwinkel niks werd. In Groningen was dat te duur. En ik wou zelf zorgen voor brood op de plank. Vandaar dat ik met die kameraden mee ging. En achteraf gezien ben ik blij dat het zo gelopen is.

Groot gezin

In 2001 zijn we getrouwd, in december is Justin geboren, Danielle is vijftien jaar en Rowan is twaalf. Sonja wou graag een groot gezin, ik vond drie kinderen genoeg. Als een soort compromis hebben we een hond. Ik had helemaal niks met honden, maar toe maar … Inmiddels ben ik stapelgek met dat beest, Bumper heet ze. Zij is ons vierde kind. Op mijn rechter arm heb ik haar groot laten tatoeëren.

Stadskanaal

We zijn alweer jaren terug in Stadskanaal. Sonja laat mij mijn gang gaan met de kunst. In de garage maak ik doeken, werk met hout en ijzer. Met een groep geestverwanten, in wisselende samenstelling, gaan we al jaren op pad voor onze pop-up art. Op verlaten fabrieksterreinen beschilderen wij grote muren, fotograferen, maken video’s.

Dat gaat altijd vrij impulsief. We spreken af of komen bij elkaar en kiezen dan een bestemming voor dat weekend. Zo hebben we in Gronau op een industrieterrein gewerkt, bij de verlaten AVEBE-fabriek in Ter Apel, Philips Stadskanaal, plekken in Oude Pekela, ga zo maar door.

Toen ik hoorde dat de Renneflat tegen de vlakte zou gaan heb ik Lefier benaderd met de vraag of ik, een paar maanden voor de sloop, de achtergevel mocht beschilderen. Ze waren meteen akkoord. Van het één kwam het ander. Fotografen Renate Heutinck en Ada Tolboom, schilder Richard Lamain, videomaker Leon Stikfort, wijkbelang Maarsveld en ik bedachten het Pop-up Galerie de Renne project dat komend weekend moest plaatsvinden. Als een sneeuwbaleffect kregen we sponsoren en particulieren mee in ons enthousiasme. We werken allemaal vrij impulsief, dat past het beste bij ons. Daardoor kunnen we goed anticiperen. Natuurlijk zijn we sneu dat het door het coronavirus niet doorgaat. Maar vooralsnog gaan we ervan uit dat het evenement verplaatst kan worden. We hadden alle tachtig appartementen bezet met kunstenaars.

Zelf heb ik een performance met doek en muziek. Toen ik weer opkrabbelde na mijn overspannenheid, heb ik een doek van twee meter bij twee meter geschilderd. Het stelt een voorover vallende naakte vrouw voor, in mijn ogen de ultieme kwetsbare mens. Ik zet mensen er op een stoel voor. Door een koptelefoon horen ze 'Lijmen' van Maaike Ouboter. Zij verwoordt zo precies mijn gevoel.

Duw me omver

Stuur me met tegenzin de kou maar in

Blaas me maar omver en stoot me om

Ik kan niet kapot

Maar als ik mezelf geen bescherming meer bied

Als ik op dreig te geven ook al zie je het niet

Blijf je dan hier, als ik je zachtjes smeek

Om me te lijmen als ik breek

"Ja, ook ik dacht dat ik niet kapot kon, ik kon het dus wel. Maar ik kon ook weer heel worden…"

Rie Strikken