Hemd van het lijf met Greetje Heikens-Braakman uit Stadskanaal

STADSKANAAL Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 154 is het de beurt aan Greetje Heikens-Braakman uit Stadskanaal.

"Wat heb ik nou te vertellen?", reageert Greetje Heikens oprecht verbaasd als uw verslaggever de verpleegkundige, operatieassistent en pedicure vraagt voor Hemd van het lijf.

Tijdens mijn weldadige pedicurebehandelingen bij haar hebben wij de laatste jaren heel wat afgekletst over wereldpolitiek, gezondheidszorg in het algemeen en Refaja in het bijzonder, over vegetarisch worden, over haar 'dochter' in Nepal. En over vrouwen-dingen, zoals meer aandacht voor de overgang.

"Als je het zo zegt lijkt het wel heel wat. Maar ik vind dat niet bijzonder. Henk en ik hebben veel leed van dichtbij gezien. Het is niet vanzelfsprekend, eerder een voorrecht, dat wij het zo goed hebben. We voelen de plicht om ons ervoor in te zetten dat anderen, die het wat minder goed gaat, ook een stukje van de welvaart krijgen.

Wij worden ons er steeds meer van bewust dat iedereen zijn steentje moet bijdragen om de wereld leefbaar te houden. Het doet mij dan ook zo goed om te zien hoe wij op de corona-afdeling samen de schouders eronder zetten in de strijd tegen de onzichtbare, ongrijpbare corona-vijand. Als jij denkt dat dat boeiend is, dan wil ik wel in Hemd van het lijf."

Op het afgesproken tijdstip zit Greetje klaar met een notitieblok met aantekeningen. "Van onze jongens mag ik het niet teveel over de overgang hebben. Maarten zei: mam, jij bent vooral een gezellig mens."

Wanneer ben je geboren?

"Op 12 mei 1966. In Heerde. Mijn vader was kaasmaker in de melkfabriek. Mijn moeder was huisvrouw. Van haar heb ik het huiselijke, het streven naar gezelligheid, de liefde voor het koken; het moederen. Ik heb een oudere zus, mijn broer is tien jaar jonger dan ik. Toen de melkfabriek sloot verhuisden mijn ouders naar Dalfsen. Ik was toen al op kamers.

MBO-V

Na de MAVO was ik te jong voor de inservice opleiding, daarom begon ik in Hoogeveen aan de opleiding MBO-V. Ik had een doel voor ogen: ontwikkelingshulp gaan doen, de wereld een beetje beter maken.

Mijn vriendin Jacobien werkte in het Refaja-ziekenhuis. Tijdens een weekendje bij haar gingen we een avond stappen. In Frascati ontmoette ik Henk.

Henk

Het was liefde op het eerste gezicht, wederzijds. Na mijn diplomering heb ik een jaar in Hardenberg gewerkt, maar daarna kwam ik naar Stadskanaal. Henk en ik huurden een huis aan de Platanenhage, later op loopafstand van het ziekenhuis, aan de Iepenlaan. In 1989 zijn we getrouwd. Twee jaar later settelden we ons hier: ontwikkelingshulp was van de baan.

We waren allebei meteen verkocht toen we dit huis zagen. We vielen voor het karakteristieke pand. De eigenaars, twee zusters, zagen dat aan ons. We fantaseerden samen met hen hoe we wilden verbouwen met behoud van de authentieke kenmerken. Daarom gunden zij het ons. We trokken zes jaar uit voor de verbouwing. Het werden uiteindelijk twaalf. Niet in de laatste plaats omdat er veel tegenslagen waren.

Tegenslagen

Henk zijn vader overleed en mijn moeder werd ziek. Ze overleed op haar vierenvijftigste, veel te jong. Ik was pas vijfentwintig jaar, mijn broer nog maar vijftien. Heel verdrietig. Mijn vader is opnieuw getrouwd. Met zijn vrouw kunnen wij het goed vinden. Ze zijn inmiddels allebei op leeftijd. Ik ben blij dat ik nu wat minder werk, zodat ik wat vaker naar Dalfsen kan om hen te bezoeken.

In 1997 hadden we een ernstig auto-ongeluk. Henk en ik waren gewond. Ik had veel glaswonden in mijn gezicht. Er waren meerdere operaties voor nodig om dat te herstellen. Wij waren ons heel sterk bewust: 'We zijn er nog!'

Tot dat moment waren we altijd bezig met onze maatschappelijke carrières. Altijd druk met studie, ik had de OK-opleiding gedaan, was praktijkbegeleider op de OK, het huis waren we aan het verbouwen.

Het ongeluk was confronterend. Het 'we zijn er nog' gaf ons een extra drive om wat van het leven te maken.

En het maakte het verlangen naar kinderen in ons wakker. Maar ja, dat moet je wel gegeven zijn … We voelden ons gezegend dat we ouders werden. In 1999 kregen we Maarten, Ruben kwam in 2002.

Andere dynamiek

Sinds de komst van de jongens is Henk een dag vrij. Hij was niet alleen 'oppas', maar deed van alles met ze, binnen en buiten. Een vader geeft toch een hele andere dynamiek aan het huishouden.

Ik weet dat één van de jongens, hij was nog vrij jong, tegen me zei: mam, ga jij maar even met de was bezig, dan bak ik eieren. Ik vroeg verbaasd: kun jij dat? Ja, dat heeft papa mij net geleerd.

UMCG

Na dertien jaar vertrok ik uit het Refaja. In het UMCG ging ik werken in het Operatieve Dagbehandelingscentrum. Mooi alleen maar dagdiensten. En het was goed de voeten eens onder andermans tafel te steken.

Twee kleine kinderen en beide ouders werkzaam in Groningen was voor ons toch niet zo handig. Na vier jaar kwam ik terug in het Refaja.

Ik ging de pedicure-opleiding doen om wat meer thuis te kunnen zijn voor de kinderen. Naast mijn baan in het ziekenhuis heb ik alweer dertien jaar mijn pedicurepraktijk 'Het Voeteneindje'.

Management

Op de één of andere manier vind ik altijd weer een leuke uitdagende opleiding, ik moet blijven leren. Ik ging een managementopleiding doen, in mijn eigen tijd, ook op zaterdagen. Net na mijn afstuderen was er een vacature in het Refaja! Ik ben vier jaar hoofd poli Chirurgie geweest. Het was een turbulente tijd van fusie, reorganisatie en overgang naar Treant. In die tijd haperde mijn gezondheid. De overgang speelde mij heel veel parten. Ik sliep slecht, had hinderende gewrichtsklachten. Dat vergde allemaal zoveel energie. Ik besloot terug te gaan naar de OK.

Nepal

Tussen die twee banen in gingen Henk en ik naar Nepal. Voor het eerst weg zonder onze jongens. Nepal was louterend. In veel opzichten was het terug naar de basis. We realiseerden ons weer wat in wezen belangrijk is.

Ik wist weer waarvoor ik in eerste instantie de verpleging in wilde, namelijk om ontwikkelingshulp te doen. Het voelde goed om, naast toeristisch, wat te kunnen betekenen voor het land.

Tijdens deze reis hebben wij een bezoek gebracht aan het ziekenhuis in Bhaktapur. We hebben er materialen gebracht die we van het Refaja hadden meegekregen.

Onze Nepalese gids was een Nederlandse vrouw die in Nepal een weeshuis heeft opgezet. Eén keer per jaar komt zij naar Nederland. We hebben bij ons thuis twee benefiet avonden georganiseerd om geld in te zamelen voor het weeshuis. Er werd Nepalees gekookt, informatie over Nepal en het weeshuis verstrekt en er werden Nepalese spullen verkocht.

Wij hebben ons hart verpand aan Nepal en blijven verbonden met het land door onze Garima. Zij woont in het weeshuis. Wij ondersteunen haar financieel om naar school te gaan. We hebben op afstand contact met haar. In die zin is een meisje in ons gezin wel leuk.

Corona

Sinds oktober zijn de operatiekamers dicht om personeel vrij te maken voor de corona-patiënten. Ik werk nu op de Covid-afdeling in Emmen. De saamhorigheid onder het personeel is hartverwarmend. Het besef dat we samen de schouders eronder zetten om de onzichtbare, ongrijpbare vijand, het coronavirus, te verslaan, bindt ons. Op dit moment werk ik drie dagen. Mocht het nodig zijn, dan kan ik meer bijdragen.

Bewust

Henk en ik zijn ons meer en meer bewust van onze bevoorrechte positie en voelen ons verplicht om een bijdrage te leveren aan het behoud van onze planeet: één van de redenen om vegetarisch te gaan eten.

Onze jongens worden steeds meer zelfstandig. Wij komen langzamerhand in een nieuwe fase van ons leven. Met mijn gezondheid gaat het beter. Door yoga slaap ik beter en ik heb het gevoel dat mijn gewrichtsklachten door het vegetarisch eten afnemen.

Na corona

Na corona willen wij de Noorder kustroute verder fietsen, dat is een lange-afstandsroute. We hebben al vijf etappes gefietst.

Onlangs waren we allebei op woensdag vrij en hebben een lange wandeling gemaakt. Ik zei tegen Henk: kijk ons nou. Lopen wij hier toch op een doordeweekse dag te genieten in het bos. Wat een rijkdom!

Maar we wilden wel bijtijds weer naar huis. De jongens zijn vanwege corona thuis. En als je mij nou vraagt wat ik meer ben, operatieassistent, verpleegkundige of pedicure, dan zeg ik dat ik mij toch vooral moeder voel."

Rie Strikken