Hemd van het lijf met August van Zon uit Stadskanaal

STADSKANAAL Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 156 is het de beurt aan August van Zon uit Stadskanaal.

Hij gaat rustig, recht op zijn doel af. Als de route er naartoe wijzigt, dan beweegt hij mee, maar hij bereikt wat hij wil.

Hij is wars van franje, maar de presentatie hoort perfect te zijn, de entourage moet kloppen.

Uitvaartverzorger August van Zon: "Het is een cliché, maar het laatste afscheid kun je niet over doen. Dat moet in één keer goed. Wij begeleiden mensen in hun meest kwetsbare momenten, wij nemen de regie over in een tijd waarin ze dat zelf niet kunnen."

In corona tijd moet het anders, creatiever. August: "Als mensen-mens wil ik niet een uitvaart regelen via de computer. Met inachtneming van de hygiëne- en afstand regels kan er heus wel persoonlijk contact zijn. Gelukkig hebben we nog geen Italiaanse toestanden hier in het Noorden. Maar mocht de pleuris uitbreken, dan hoop ik dat we als uitvaartondernemers in de regio samenwerken, zodat er niet onnodig koelwagens voor de deur hoeven te staan of mensen naar Emmen of Groningen worden gebracht. In onze koeling is plek zat."

Wanneer ben je geboren?

Op 3 februari 1986. In het ziekenhuis van Almelo. Wij woonden in Nijverdal. Nijverdal is van oudsher een fabrieksarbeidersdorp. Die mentaliteit is er nu nog: na het werk wordt er nog volop geklust en gebeund. Zelf werk ik al vanaf mijn elfde. Mijn broer van veertien had een krantenwijkje. Ik hielp hem altijd mee. Later bezorgde ik als bijbaantje op zaterdag post. Het is niet zo bekend, maar in die regio wonen veel miljonairs. Dat komt mede omdat men van oudsher alles lokaal hield. De lokale aannemer bouwde je huis, je ging naar de plaatselijke supermarkt, bakker, slager en ga zo maar door.

Daar kwam geen buitenstaander tussen. Ik heb een mooie jeugd gehad. Mijn vader was teamleider bij de post, mijn moeder was thuis voor mijn broer en mij.

Niet van het leren

Ik was niet zo van het leren, daarom stuurden mijn ouders mij naar de MAVO in Rijssen. Dat was een kleinere school waar meer individuele aandacht was voor de leerlingen. Thuis liet ik alleen de goede cijfers zien, maar er was wekelijks contact tussen school en mijn ouders, dus ze kregen het plaatje toch wel compleet. En dat plaatje was niet zo mooi… Een leraar zei in het examenjaar tegen mij: "Jij gaat dit zo niet redden vriend!"

Waarop ik antwoordde: "Laat me met rust man. Ik doe het op mijn manier."

Ik heb de MAVO mooi wel in één keer gehaald. Daarna deed ik in Zwolle en Hardenberg de opleiding tot verpleegkundige. Daar heb ik wel een jaar extra over gedaan, omdat ik door een hernia maandenlang uitgeschakeld was.

Verpleging

Op mijn eenentwintigste was ik klaar. In het ziekenhuis werken wou ik niet. Dat gekakel van die vrouwen en de negen-tot-vijf-mentaliteit pasten niet bij mij. Ik ging in Nijverdal in een instelling voor verstandelijk gehandicapten werken. Tegelijkertijd begon ik aan de opleiding tot uitvaartverzorger. Veel mensen vonden dat gek voor zo'n jonge vent, maar ik wou dat eigenlijk al op mijn zestiende.

Mijn ouders konden het toen nog uit mijn kop praten. Ik weet niet wat dat is … het is er of het is er niet. Het is een vak op zich. Om mij heen zie ik dat nu ook. Al onze mensen vinden het vak mooi. Niemand doet het om er rijk van te worden. Het is een roeping. Je kunt niet een man/vrouw van de klok zijn in dit werk. Of je nou net de aardappels opgezet had, of het is vijf uur 's morgens: als de telefoon gaat dan moet je alles laten vallen en er zijn. Daarom is het thuisfront ook zo belangrijk, dat moet er helemaal achter staan.

Uitvaartverzorger

Mijn bijbaantje bij de post had ik altijd gehouden. Toen ik een vriendin kreeg in Stadskanaal kon ik dat daar ook doen. Zo hoorde ik dat er bij uitvaartondernemer Stout een vacature was. Nog voor mijn diplomering kon ik daar aan het werk. Dat heb ik acht jaar gedaan.

NUV

In 2016 was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Ik werd administrateur en uitvaartverzorger van de Neutrale Uitvaart Vereniging in Stadskanaal. Na een jaar begon een nare periode met veel conflicten. De kranten stonden er vol van, dus daar wil ik niet meer over praten. Uiteindelijk kregen we de boel weer op de rit. We willen vooruit. Een vereniging heeft een beetje een stoffig imago, maar wij willen het verhaal van een organisatie zonder winstoogmerk duidelijk maken met moderne communicatie, met nieuwsbrieven, via Facebook en zo. En dat lukt aardig. Onze vereniging groeit. In totaal zijn er zo'n twintig man personeel. Anke en ik wonen in de bedrijfswoning.

Anke

Nadat de relatie met mijn vriendin op de klippen liep ontmoette ik Anke. Zij zat ook in het uitvaartvak en begrijpt hoe het werkt. Samen zijn wij deze uitdaging aangegaan. Eigenlijk zijn we een soort zelfstandig ondernemers, maar dan in loondienst.

Wij zijn tien jaar samen, in 2014 zijn we getrouwd. Onze twee oudste dochters, Ingalisa van vijftien en Sjarstin van eenentwintig, had Anke al. Het gezin weet niet anders dan dat het bedrijf altijd vóór gaat.

Sjarstin is het huis uit, Ingalisa is nog thuis. In 2015 kregen we Féline. Die groeit ook op met de onderneming. Er was een uitvaart op haar verjaardag, dus het feestje moest worden uitgesteld. Ach, en vanwege corona kon er toch niet zoveel. Maar het heeft ook zo zijn voordelen: die kleine heeft leren fietsen in het uitvaartcentrum, mooi droog en overdekt. We schoven wat stoelen en tafels opzij en ze had ruim baan.

Corona-creatief

Het contact met de nabestaanden hoeft niet persé online, wij kunnen ze gelukkig nog persoonlijk ontmoeten. Met goed desinfecteren en afstand houden lukt het. Hoewel afstand houden natuurlijk heel moeilijk is. Het is zo verdrietig dat mensen hun overleden dierbare niet meer mogen aanraken en niet lijfelijk troost bij elkaar kunnen vinden. Tot nu toe blijven Italiaanse toestanden hier in het Noorden uit, maar mocht wel de pleuris uitbreken, dan hoop ik dat wij als uitvaartondernemers in de Kanaalstreek samen de schouders er onder zetten.

Mensen vragen wel eens wat ik het moeilijkst vind. Overleden kinderen zijn natuurlijk vreselijk… maar een echtpaar dat zeventig jaar getrouwd was en waarvan de één achterbleef, dat vond ik toch ook heel schrijnend.

Toekomst

Voor de toekomst wil ik graag de vereniging groter maken dus. De tijd lijkt rijp voor niet meer alleen het grote geld verdienen, maar samenwerken. Dat doen we ook een beetje op zijn Sallands: onze toeleveranciers zijn lokale bedrijven, zoals bakker Lugtenborg, slager Klein, Sunsweet, Monica van Mopol doet nog steeds de bloemen. Wij groeien samen.

We willen verbouwen. De plannen voor een tweede zaal zijn klaar. Veel plaatselijke aannemersbedrijven zitten vol, dus we moeten daarvoor misschien verder kijken.

En privé: onze hobby, onze passie, is ons werk. Ik kijk graag voetbal en dart, dat doe ik zelf ook een beetje. Vakantie vieren we niet te ver weg, want onze honden moeten mee. We willen ze niet in een pension doen, ze horen bij ons. In mijn jonge jaren heb ik mijn portie kroegtijgeren wel gehad. Omdat ik veel werkte had ik altijd geld om uit te gaan. Wij waren georiënteerd op Rijssen, maar daar zag je vooral het kakvolk. Er reed een discobus van Nijverdal naar Lemele, daar ging ik naartoe. Daar had je volk waar ik me meer bij thuis voelde, het roegere volk, soms boerenjongens op klompen, uit Hardenberg, Vroomshoop en Westerhaar.

Politiek

Onlangs ben ik benaderd door het CDA met de vraag of ik wil meedenken over de koers van de partij in de gemeente Stadskanaal. Politiek vind ik interessant. Ik kan niet tegen praatprogramma's met al hun zelfbenoemde deskundigen, die wel overal een mening over hebben, maar geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen. Ik heb ook een mening en daarmee wil ik misschien bijdragen aan een betere toekomst.

Als ik geen vrouw en kinderen had dan zou ik wel in de Tweede Kamer willen. Maar ik heb Anke beloofd dat, zo lang we nog vierentwintig uur per dag met de uitvaartvereniging bezig zijn, ik niet in de gemeenteraad ga."

Rie Strikken