Een monument voor het Knoalster Achterhuus

STADSKANAAL - Eén dag na de bevrijding van Stadskanaal op vrijdag 13 april 1945 loopt een groep mensen, waaronder dertien joodse bewoners uit de regio, vanaf de Kromme Wijk C14 naar het centrum van het dorp.

Bijzonder is dat ze meer strompelen dan lopen. Na jarenlang onderduiken in het huisje van Willem en Hindertje Drenth is voortbewegen voor hun een zware opgave. De feestende bewoners van Stadskanaal zijn met stomheid geslagen. Tijdens de bezetting had menig inwoner zich laatdunkend uitgelaten over de familie Drenth, mede omdat dochter Lammie gewerkt had op het NSB-kringhuis aan de Hoofdkade.

De 'Drenthen' werden door velen beschouwd als collaborateurs. De voettocht heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat Lammie die dag niet werd opgepakt om te worden kaalgeschoren zoals dat met veel moffenmeiden is gebeurd. Het verhaal van het Knoalster Achterhuis was een feit en is in 1989 op treffende wijze door Jan Hof beschreven in het gelijknamige boekje. Het verhaal werd uitgebeeld in illustraties door Geert Schreuder.

Mede naar aanleiding van een expositie over het Knoalster Achterhuis in huisje Manning van het Streekhistorisch Centrum vroegen Helen Kämink, Wim Lahpor en Jaap Duit zich af waar het boerderijtje had gestaan. En waarom staat er in de nabijheid ervan geen enkel gedenk- of herinneringsteken. Dat deze onderduikgeschiedenis bijzonder is, staat boven elke twijfel verheven. Niet voor niets werd in 1979 in de ambassade van Israël in Den Haag aan Hindertje Drenth-van der Sluis en postuum aan Willem Drenth de Yad Vashem Medaille uitgereikt, de hoogste Israëlische onderscheiding voor hulp aan joden gedurende de Holocaust.

Eind 2017 gingen de initiatiefnemers aan de slag met het idee om een blijvende herinnering te realiseren, bij voorkeur op de plek waar de familie Drenth had gewoond, dan wel in de nabijheid ervan. Er werd contact gezocht met de dan negentigjarige Lammie Kosses-Drenth, de nog in leven zijnde dochter van Willem en Hindertje, woonachtig in Amsterdam. Op basis van haar informatie kon de plek worden gelokaliseerd. In het najaar werd overleg gevoerd met buurtbewoners over het plan. Er was direct enthousiasme. De eigenaar van het pand waar tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw het boerderijtje had gestaan, was bereid om een deel van de tuin beschikbaar te stellen voor een gedenk- of herinneringsteken.

De initiatiefnemers zochten vervolgens contact met het kunstenaarscollectief WinKal uit Ter Apel. De kunstenaars Bernard Winkel en Leo Kaldenbach verdiepten zich uitgebreid in de geschiedenis van het Knoalster Achterhuus en kwamen na enige tijd met een aantal ontwerpen voor een monument. Het ontwerp Monument21 kreeg de voorkeur.

De familie Drenth-Kosses reageerde aanvankelijk terughoudend op het plan. De bescheidenheid en onbaatzuchtigheid van Willem en Hindertje verhield zich niet met een gedenk- of herinneringsteken. Op bijzondere aandacht voor beide ouders zat men niet te wachten. Het ontwerp van Bernard Winkel en Leo Kaldenbach dat als thema heeft dat het verhaal van onbaatzuchtig verzet tegen overheersers van alle tijden is en telkens weer verteld moet worden aan nieuwe generaties, sprak en spreekt de nazaten ook bijzonder aan.

Inmiddels hebben de initiatiefnemers met steun van notariskantoor Dijkstra, Jansen, Bergman in Stadskanaal de stichting Drenth Monument opgericht. Twee oud burgemeesters van de gemeente Stadskanaal Frits Brink en Jur Stavast vormen samen met Dirk Mulder, directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het comité van aanbeveling.

Het gemeentebestuur van Stadskanaal heeft zijn medewerking toegezegd voor de realisatie van het kunstwerk. Bijzonder is dat deze gemeente in 2019 vijftig jaar bestaat. Het streven is om Monument21, verwijzende naar de eenentwintig personen die in het Knoalster Achterhuis hebben gewoond op vrijdag 12 april 2019 te onthullen. Dat is 74 jaar na de bevrijding van Stadskanaal.