Hemd van het lijf met Rudie Onstwedder uit Stadskanaal

STADSKANAAL - Redacteur Paul Abrahams van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

door Paul Abrahams

In aflevering 37 is het de beurt aan Rudie Onstwedder uit Stadskanaal.

Wanneer ben je geboren?

Op 9 juni 1945 in Gasselternijveen. Ik heb maar even gewacht tot de oorlog was afgelopen. Mijn vader runde een fietsenzaak aan de Vaart in het dorp. Hij was nog maar zes jaar toen zijn beide ouders zijn overleden. Hij is daarom als wees in een smederij opgegroeid bij een familie in Nieuw-Buinen.

Op 24-jarige leeftijd is hij een fietsenzaak begonnen in Gasselternijveen. Er waren al drie fietsenwinkels in het dorp en iedereen verklaarde hem voor gek. In korte tijd bouwde mijn vader echter een goede naam op in de wijde regio. Flip Onstwedder was geliefd bij de bevolking. Vooral omdat hij zeven dagen per week en 24 uur per dag klaar stond voor de klanten. Service stond hoog in het vaandel geschreven. Als zaterdagavond om tien uur iemand op de ruit tikte met een lekke fietsband, dan werd ie steevast geholpen. Hij scoorde veel goodwill en hij had daarom best een grote klantenkring. Toch bleef het sappelen hoor, ondanks de lange werkdagen. Elke zondag werd de administratie bijgewerkt. Er werd nauwelijks contant betaald. Zeker negentig procent ging op rekening. Ik weet nog precies wat je moest betalen om een band te laten lappen: 40 cent.

Ik woonde met mijn ouders en mijn oudere broer en oudere zus in het huis achter de winkel en de werkplaats. Ik sliep samen met mijn broer op één kamer. Veel ruimte was er niet. Mijn ouders verkochten naast fietsen ook haarden, kachels, bromfietsen, huishoudelijke artikelen en lampen alsmede flessen Butagas. Elke millimeter ruimte was gevuld. Als kind moesten we de handen uit de mouwen steken. Mijn taken waren onder meer de garage aanvegen en de omgeving van het huis netjes houden. Dat doe ik vandaag de dag ook als vrijwilliger van de Semsstraatkerk pal achter mijn woning.

Banrekel

Ik ging naar de christelijke school in Gasselternijveen en later naar de MULO bij de Buinersluis in Stadskanaal. Ik kon wel goed leren, maar ik was ook wel een beetje een 'banrekel', ondeugend op z'n Gronings. Nadat ik mijn MULO diploma - inclusief het middenstandsdiploma - op zak had, vroeg mijn vader of ik interesse had om de zaak over te nemen. Ik heb vriendelijk bedankt en daar heb ik tot op de dag van vandaag geen spijt van gehad. Fietsenmaker was destijds een erg zwaar beroep.

In de periode tot de militaire dienstplicht heb ik op het laboratorium gewerkt van de aardappelmeelfabriek Oostermoer in mijn geboortedorp. Daarvoor heb ik twee, drie weken een opleiding gehad in Eexterveenschekanaal. Daar was ook een aardappelmeelfabriek gevestigd. Ik moest tijdens de campagne het zetmeelgehalte van de aardappelen bepalen.

Tijdens mijn militaire dienstplicht zat ik bij het tamboer- en trompetterkorps van de Koninklijke Marechaussee in Apeldoorn en heb ik gespeeld op verschillende taptoe's, onder meer NATO-taptoe en taptoe Delft.

De wereld van de krant

Na de militaire dienst kwam ik terecht in de wereld van de krant. Chris Mulder van De Kanaalstreek was destijds acquisiteur en kwam vaak over de vloer bij mijn ouders om een advertentie op te halen. Mijn moeder vroeg eens: hebben jullie geen baan voor Rudie? Ik heb vervolgens als corrector bij De Kanaalstreek gewerkt en daarna als tele-typist voor de dagbladen de Noordooster en de Winschoter Courant en ook voor de Emmer Courant. Verder was ik freelance sportverslaggever voor het weekblad De Kanaalstreek. Zondagavond stond ik in de telefooncel aan de Lange Raai contactpersonen van sportverenigingen te bellen om de gegevens te noteren. Thuis werden dan met de typemachine de wedstrijdverslagen geschreven. Later kregen we thuis telefoon, dat was een stuk gemakkelijker. Veel buurtbewoners waren ook blij, want ze hoefden nu niet meer zo lang te wachten voordat ze van de telefooncel gebruik konden maken.

Chef typekamer

In 1979 heb ik gesolliciteerd op een baan als chef typekamer (M/V) bij toen nog de Centrale Directie van de PTT in Groningen. Ik was de enige mannelijke sollicitant. De wegen in het noorden waren spekglad toen ik op sollicitatiegesprek moest, maar ik ben wel in de auto gestapt. In tegenstelling tot het hoofd Personeelszaken die thuis was gebleven. Uiteindelijk ben ik aangenomen. Na een opleiding van twee maanden in Den Haag - ik zat in de kost - ben ik aan de slag gegaan in gebouw B van de PTT. Ik gaf leiding aan tien typistes en vier zogeheten 'collationistes'. Na zeven jaar heb ik een functie aanvaard op het gebied van bedrijfsveiligheid van toen KPN. Vervolgens heb ik na een grootscheepse reorganisatie gebruik gemaakt van een speciale regeling voor 55 plussers.

Ik ben getrouwd met Hennie Winkelman. Zij woonde vlak bij mij in Gasselternijveen. We kregen verkering toen we respectievelijk zestien en veertien jaar waren. Sinds die tijd zijn we bij elkaar. Morgen - donderdag 20 september - zijn we vijftig jaar getrouwd. We hebben een zoon en een dochter, een schoondochter en twee kleindochters.

We hebben elkaar het ja-woord gegeven in Gasselternijveen. Omdat in ons dorp geen woning beschikbaar was, hebben we een huis gehuurd aan de Dopheideweg in Stadskanaal, de derde fase van Plan Ter Maars. Na negentien jaar zijn we verhuisd naar Stadskanaal Noord en daar wonen we nu al weer 31 jaar.

Een echte verzamelaar

Ik ben van jongs af aan een echte verzamelaar. Dat is begonnen toen ik nog maar zeven jaar was. Tijdens een spelletjesmiddag op Koninginnedag op het voetbalveld in Gasselternijveen zag ik op de grond een lucifersdoosje liggen met een prachtige afbeelding. Ik rende naar huis en riep tegen mijn moeder: ik ga lucifersmerken verzamelen. Mijn moeder antwoordde: die rommel wil ik niet in huis hebben!

Ik ben toch begonnen met de verzameling. In het begin kocht ik lucifersdoosjes bij de kruidenier in Buinerveen. Met warm water weekte ik de afbeeldingen - van oldtimers tot dieren en van Europese vlaggen tot filmsterren - los. Daarna verkocht ik de doosjes lucifers aan buren en familieleden, zodat ik weer geld had om nieuwe lucifersdoosjes te kopen.

Vervolgens ging ik ook corresponderen met verzamelaars van lucifersmerken in alle delen van de wereld. Van Hongarije tot Zuid-Afrika. De afbeeldingen werden verstuurd in enveloppen met de mooiste postzegels. In het begin werden de enveloppen met postzegels weggegooid, maar Hennie is begonnen met de postzegels te verzamelen.

Het verzamelen van afbeeldingen op lucifersmerken werd ingeruild voor het verzamelen van postzegels. En dan met name - om het een beetje beheersbaar te houden - Nederland en de Overzeese Rijksdelen. Vandaag de dag verzamel ik ook brieven en ansichtkaarten met speciale postzegels en stempels, zeg maar de posthistorie, vooral uit deze streek.

Bekroning Groot Goud

Ik ben wel eens samen met Hennie op één dag op en neer naar Frankfurt gereden - totaal 900 kilometer - om op een veiling een oude brief te kopen. Een brief met een postzegel van Koning Willem III uit 1872 met een frankeerwaarde van 22,5 cent. Heel zeldzaam. Ik moest flink in de buidel tasten om het felbegeerde exemplaar in het bezit te krijgen, maar bij thuiskomst ontdekte ik dat de brief nog meer bijzonder was dan gedacht. Vanwege de zeldzame 'tanding'. Drie jaar geleden heb ik op een tentoonstelling van de postzegelvereniging Groningen met een collectie Postkwitanties de bekroning "Groot Goud" in de wacht gesleept.

Koninklijke onderscheiding

Ik ben lid van de vereniging De Verzamelaar, voorheen ARNO, en van de postzegelverenigingen in Veendam en in Stadskanaal. 48 jaar geleden heb ik me aangemeld voor de vereniging in Veendam. Toen Roelf van der Wal - hij runde Hotel Dopper - in mei 1975 de postzegelvereniging De Kanaalstreek heeft opgericht, heb ik me enkele maanden later ook aangemeld als lid in mijn eigen woonplaats. Vanaf het eerste moment heb ik me als bestuurslid ingezet. Eerst als voorzitter, maar nu als vice-voorzitter en ook veilingmeester. Tevens hou ik mij intensief bezig met het werven van nieuwe leden. We hebben nu 180 leden en we zijn na Groningen de grootste postzegelvereniging van de drie noordelijke provincies. Op elke derde dinsdag van de maand komen we bij elkaar in Zaal Eendracht achter de Poststraatkerk. Drie jaar geleden heb ik voor mijn werkzaamheden voor onze postzegelvereniging een Koninklijke Onderscheiding gekregen.

Twaalf marathons

Ik heb in mijn leven altijd veel aan sport gedaan. Ik heb gevoetbald bij Gieterveen en SJS. Zo rond mijn veertigste ben ik gaan hardlopen en fietsen. In totaal heb ik ongeveer 47.000 kilometer hardgelopen. Ik heb twaalf marathons achter mijn naam staan - mijn PR is 3.17 uur in Sittard. De laatste, maar tevens de mooiste was de marathon van Rotterdam.

300.000 kilometer fietsen

Onlangs heb ik als wielrenner een bijzondere mijlpaal gevierd. Op mijn racefiets - een Gazelle die ik 33 jaar (!) geleden heb gekocht - heb ik ergens tussen Vlagtwedde en Jipsinghuizen de grens van 300.000 kilometer overschreden. Dit is 7,5 keer rond de aarde. Ik heb altijd het aantal kilometers bijgehouden in diverse boekjes. De fiets heb ik gekocht bij fietsenzaak Addens die toen nog aan de Hollandselaan was gevestigd. Het onderhoud wordt nu verzorgd door Profil Lennard Kalk die de zaak van Addens aan de Hoofdstraat heeft overgenomen.

Elke morgen stap ik op de racefiets. Weer of geen weer. Elke dag fiets ik nog zo'n 40 tot 50 kilometer. Alleen als het heel glad is, blijf ik thuis en fiets ik mijn kilometers op de hometrainer. De route is afhankelijk van de wind. Ik fiets altijd eerst tegen de wind in. Mijn fiets en ik zijn onafscheidelijk. We hebben zoveel meegemaakt. Ik heb ooit op één dag een afstand van 385 kilometer afgelegd. 's Morgens ben ik om zeven uur vertrokken en 's nachts om half één was ik weer thuis. Een route tot diep in Duitsland, helemaal tot in Munster. Vlak bij huis ben ik 's nachts verblind door een automobilist met groot licht en ben ik gevallen. Gelukkig is het goed afgelopen. Eenmaal thuis kreeg ik 'op mijn kop van vrouw en kinderen'. Ze waren ongerust en ook wel boos, omdat ik zo laat thuis kwam. Het was toen nog de tijd zonder mobiele telefoon. Ik heb nog een keer in een cafetaria in Winterswijk gebeld dat ik op weg terug was naar huis.

Uit pure nostalgie blijf ik de komende jaren fietsen op mijn trouwe Gazelle. Links en rechts slaat de slijtage toe en het lasapparaat is al een keer gebruikt, maar ik peins er niet over om een nieuwe fiets te kopen. Zolang Lennard Kalk het onderhoud van mijn 'stalen ros' verzorgt, kan ik nog veel kilometers fietsen. Op naar de 400.000 km. Wie weet!