Column | Optochten

Stadskanaal - Carnaval was één van de dingen waarvoor MijnBetereHelft vluchtte uit Limburg. Dat zei hij tenminste. Een paar jaar geleden logeerden we een weekendje bij vrienden, in het zuiden, toevallig ten tijde van carnaval.

Het was stervenskoud. Tussen de verzamelde buurtbewoners hadden we al een tijdje op het trottoir de schier eindeloze carnavalsoptocht aangemoedigd. Totaal verkleumd gingen we naar binnen en van achter het raam stonden we de rest van de stoet te bekijken. Opeens realiseerde ik me dat ik MijnBetereHelft al een tijdje miste. Datzelfde moment slaakte vriendin een kreet: “Kiek noe, doa hubse hum. Mit mien proek!” Vriend wees met gestrekte arm en open mond: “En mit mien nuje kniebesjermers!” Achter de zoveelste groep dansmariekes liep, of beter gezegd schuifelde, MijnBetereHelft. Op zijn knieën, met de nieuwe kniebeschermers van Theo. Gekrompen tot een 'vrouwtje' van 1.60 meter met Dirndl-pruik en het geblokte keukenschort van Monique was de transformatie compleet. In zijn gebogen elleboog bungelde een jute boodschappentas waar drie preien uitpuilden. Met de twee grootste soeplepels die hij in de keuken van onze vriendin had gevonden, zwaaide hij de maat van de muziek. Uitgelaten en uit volle borst zong hij de ene na de andere carnavalskraker mee. Een half uur later voegde hij zich met een stalen gezicht weer net zo onopvallend in ons gezelschap als hij er tussenuit geknepen was. Het is heel lang goed gegaan. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En uitgerekend dit jaar zei MijnBetereHelft: "Zullen we met carnaval weer eens naar Maastricht?" "Nee, dat gaat niet", antwoordde ik. "Mijn zus is dan jarig." "Oh ja. Dat is waar ook. Nee, dan gaat dat niet." Twee vaste dagen in het jaar ga ik naar mijn zus. Als de heimwee te sterk wordt wat vaker. Voor haar verjaardag in februari neem ik mooie voorjaarsbloemen mee, in juni altijd rozen. Na zo’n bezoek ging ik altijd wat mistroostig, katerig en verlaten weer naar huis. Gelukkig gaat MijnBetereHelft meestal mee. Maar nu is er Theehuis De Boskamp in Assen. Op zaterdag en zondag kunnen nabestaanden na grafbezoek in een sfeervol ingerichte, lichte ruimte even tot zichzelf komen. Vrijwilligers schenken koffie en thee en bieden een luisterend oor voor wie daar behoefte aan heeft. Er zijn zelfs al wat 'stamgasten'. Afgelopen zondag was er, zoals elke eerste zondag van de maand, een troostwandeling door het Asser bos. De optocht met gids begint en eindigt bij het Theehuis. Hartverwarmend, zo’n uurtje met lotgenoten. Een stuk blijmoediger liep ik onderweg naar de parkeerplaats nog even langs haar graf. "Nou meid, tot zondag. Je negende verjaardag hier alweer. Waar blijft de tijd! Hyacinten heb je al zie ik. Geloof het of niet, maar je hebt tegenwoordig carnavalsboeketten! Jij houdt wel van wat malligheid hè. Ik zal eens zien of ik een beetje een beschaafde creatie vind." Rie Strikken