Hemd van het lijf met Jan Schokkenbroek uit Onstwedde

ONSTWEDDE - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

door Rie Strikken

In aflevering 46 is het de beurt aan Jan Schokkenbroek uit Onstwedde

Wanneer bent u geboren?

“Op 1 november 1938. Op ’t Streekje, zoals wij dat noemen, in Alteveer. Ik was de oudste. Tien jaar later kwam er nog een zus en mijn jongste broer werd vier jaar daarna geboren. Mijn vader werkte in de bouw. Pa had zelf een praam van 37 ton. Daarmee vervoerde hij in de herfst, in de campagnetijd, aardappelen. Vanaf mijn vijftiende ging ik met hem mee. Moeder was huisvrouw. Die heb ik niet anders gekend dan dat ze ziek was.”

Zelfs nu nog, na al die jaren, raakt Jan Schokkenbroek geëmotioneerd als zijn moeder ter sprake komt. Zijn vrouw neemt stilletjes, bemoedigend, de hand van haar man in de hare en kijkt hem liefdevol aan. “Ja Jan, je kunt met recht trots zijn op hoe wij er tot het allerlaatst voor je moeder geweest zijn. Ook voor je vader trouwens. Ze konden altijd bij ons terecht.”

Gezellig appartement

In het gezellige, ruime appartement in Onstwedde, boven het kantoor van hun dochter, Renate Paans, laat uw verslaggever de echtelieden even tot zichzelf komen; mooie gelegenheid om de koffie met heerlijke zelfgebakken cake van mevrouw Schokkenbroek met aandacht te nuttigen.

Jan Schokkenbroek herpakt zich en vertelt verder.

“Ik ging naar de christelijke lagere school de Höchte in Alteveer. Daarna veertien dagen naar de technische school in Veendam. Toen ik vijftien jaar was ging ik werken bij Sparreboom kartonnagefabriek in Nieuwe Pekela. Na twee keer een half jaar begon ik bij bakker Muntinga in Alteveer, daar heb ik ook maar heel kort gewerkt.

Philips

In 1956 kwam ik terecht bij Philips. Daar heb ik veertig jaar gewerkt, eerst in twee ploegendienst, daarna drie ploegen en heel kort nog vijf ploegendienst, dat was zo’n beetje tegen het eind, in 1996. Ik heb een prachtige tijd gehad bij Philips, heb nog steeds contact met vroegere collega’s.

Ik ben pas bestraald, ik had een tumor op het strottenhoofd die niet geopereerd kon worden. We moesten 35 keer alle dagen naar Groningen. Dat was wel zwaar, ja. Nou maar hopen dat het goed geholpen heeft. Er zijn heel wat ex-collega’s die geregeld informeren hoe het nu met me gaat.

In de tijd bij Philips moest ik in militaire dienst. Ik was ontzettend sportief, liep maar zo tien kilometer met bepakking. Ze wilden heel graag dat ik beroepsmilitair werd. Ik kon kiezen of ik chauffeur wou worden of sportinstructeur, nou, ik wou geen van beide. In 1960 ben ik afgezwaaid. Toen had ik inmiddels ook al een paar jaar verkering met Tiny.”

Op de vraag waar ze elkaar ontmoet hebben kijken Jan en Tiny Schokkenbroek elkaar aan en glimlachend zeggen ze in koor: “bij een snacktent. Het was met de winkelweek in Onstwedde. We waren allebei achttien jaar.”

Schokkenbroek: “Ik was er met een kameraad en ik zag haar staan. Zij was met een vriendin. Ik vroeg: mag ik je naar huis brengen?” Mevrouw Schokkenbroek vult aan: “Ik zei dat ik wel héél ver weg woonde.” Hij: “En ik zei “dat kin mie niks verscheeln.” Zij: “Toen zei ik, “den moust t zulf waitn.”

Ze hebben weer schik aan de keukentafel, kijken elkaar aan. Hij: “Hoe zeggen ze dat ook alweer? Wel t dut….”

Zij vult aan: “ dei mout waitn.”

Schokkenbroek vervolgt: “het was echt wel een heel eind, helemaal in Bourtange. Mijn kameraad kreeg wat met Tiny haar vriendin, maar dat was na drie weken uit. En wij zijn nog altijd bij elkaar. Al 56 jaar. In 1962 zijn we getrouwd. We gingen eerst wonen in de Meidoornstraat later in de politiewoning die vrij kwam. Die werd verbouwd tot woonhuis. Het langst hebben we gewoond aan de Beumeesweg. Ik was ook actief in de kerk, ben negen jaar ouderling geweest van de hervormde kerk Tange-Alteveer. Nu wonen we alweer tien jaar boven de zaak van Renate. Renate is onze jongste. Onze zoon Henk werd in 1964 geboren.

De kinderen waren allebei heel sportief. Een aardje naar hun vaartje zeg maar. In dienst liep ik de 100 meter in 19 seconden. Ik deed aan atletiek en aan voetbal, ben dertig jaar scheidsrechter geweest waarvoor ik de gouden fluit kreeg van de KNVB. Hier in Alteveer heb ik in 1971 een dameselftal opgericht, daar ben ik dertien jaar leider van geweest. Het elftal bestaat nog steeds! Nu doe ik niet meer aan sport. Nou ja, biljarten doe ik nog steeds. Bij 'De Bolster' hier in Onstwedde. Dat biljarten, daar ben ik bij Philips mee begonnen.

Ja, daar had ik toch nog tijd voor, terwijl ik op zaterdag en na de nachtdienst ook nog brood ventte voor de bakkerij van mijn schoonouders, bakker Boltendal in Bourtange, daarvoor ventte ik al voor bakker Hofstra.

Mijn vrouw was ook altijd bezig. Ze naaide gordijnen voor een interieurzaak en via de gemeente was ze jarenlang beheerder van dorpshuis De Drijscheer, iedereen kende haar en zij kende iedereen.

Tegenwoordig doen we mooi kalm aan met ons beiden. Ik vind het wel jammer dat ik niet meer kan zingen, door die bestraling. Voorheen was ik bij een shantykoor en een mannenkoor. Ik beleef nog wel heel veel plezier aan mijn vogeltjes.”

Zestig jaar lid Nederlandse bond van Vogelliefhebbers

Mevrouw Schokkenbroek staat op en haalt een mooi ingelijste oorkonde die ze laat zien: “Kijk, die kreeg hij van de Nederlandse bond van Vogelliefhebbers. Omdat hij zestig jaar lid was afgelopen november.”

Schokkenbroek: “En van de plaatselijke vogelvereniging Kolibri ben ik al veertig jaar lid. We hadden afgelopen najaar voor de tweede keer een regionale vogelshow. Daar heb ik toch maar mooi vier prijzen in de wacht gesleept. Ik heb vooral kleurkanaries. Je hebt die grote volière toch wel gezien? Dat is nog steeds mijn lust en mijn leven.”

Bij het afscheid laat mevrouw Schokkenbroek in de hal een mooi geborduurd schilderij met vogels zien. “Nee, dat heb ik niet zelf gemaakt. Ik heb het ooit eens voor hem gekocht. Er staan wel dertien vogels op.”

Hij: “Ja, meestal kost het teveel geld als vrouwen gaan winkelen, maar hier was ik wel heel erg blij mee.”