Hemd van het lijf met Ingmar Veneman-Fleurke uit Tweede Exloërmond

TWEEDE EXLOERMOND - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf. In aflevering 47 is het de beurt aan Ingmar Veneman-Fleurke uit Tweede Exloërmond

Wanneer ben je geboren?

“Op 14 juni 1979. In Stadskanaal. Ik heb een jongere zus en een oudere broer. Mijn vader was docent, mijn moeder huisvrouw. Toen ik acht jaar was zijn mijn ouders gescheiden. Ik ging naar de basisschool die nu Maarsbroek heet. Daarna ging ik naar het VMBO, de lagere landbouwschool, in Emmen.”

Boerin worden

“Ik wilde maar één ding: boerin worden. Vanaf dat ik heel klein was zei ik al dat ik later met een boer zou trouwen. En leren daar had ik helemaal geen zin in. Ik kreeg vrij snel in de gaten dat je alleen boer kon worden als je vader dat was, of als je heel veel geld had. Voor mij gold helaas noch het een noch het ander.

Na de landbouwschool ging ik naar het MBO, de hippische opleiding, want ik was helemaal gek van paarden. Op mijn vijftiende heb ik zelf mijn eerste paard gekocht. In het laatste jaar van de opleiding heb ik een ongeluk met een paard gehad. Ik moest geopereerd worden aan mijn schouder en dat is mis gegaan; sindsdien heb ik nog maar 5% kracht in mijn rechter kant. Op dit moment kan ik geen prothese krijgen, want er is een risico dat ook dat niet goed gaat en bovendien gaat die maar vijftien jaar mee, daar ben ik dus te jong voor. Er zijn wel hele hoopgevende ontwikkelingen op het gebied van protheses die langer meegaan, die volg ik op de voet.

Van de vierjarige opleiding kreeg ik, in verband met mijn handicap, een driejarig diploma. Inmiddels zag ik het nut in van studeren en begon ik aan de STOAS, dat is een hbo-instelling die opleidt tot leraar in het agrarisch onderwijs. Deze vierjarige opleiding deed ik in drie jaar. Om me heen zag ik dat mensen in de agrarische sector geen goed financieel of economisch advies kregen en toen er bij de RABO-bank een vacature was ben ik daar assistent-accountmanager geworden. Met mijn achtergrond kon ik mensen in een agrarisch of hippisch bedrijf goed adviseren.

Bij de bank verdiende ik een goed salaris, zodat ik weer een paard kon aanschaffen. Ik werd uiteindelijk junior accountmanager. Op mijn 27ste heb ik Han ontmoet.

Hoe ik Han heb ontmoet wil je weten?

Via het internet. Op een agrarische datingsite schreef hij dat hij graag met vakantie ging! Dat zie je niet vaak, een boer die graag op vakantie gaat, ik kon het haast niet geloven. Tijdens ons eerste telefoontje stond ie op de lange latten, hij was op wintersport!

Han had een maatschap met zijn moeder, toen hij negentien jaar was is zijn vader overleden. Hij had in Almelo een melkveebedrijf. In verband met stadsuitbreiding is hij daar weggekocht en ze hebben in 2004 dit bedrijf in Tweede Exloërmond overgenomen. We zijn een jaar verloofd geweest. Ik wilde graag minder en dichterbij gaan werken en ben les gaan geven op het AOC Terra, Akkerbouw en Economie. Aan het Noorderpoort heb ik vorig jaar nog Rekenen gegeven. In 2008 zijn we getrouwd.

Han zijn moeder werkte nog volop mee, maar ik wou ook een bijdrage aan het bedrijf leveren. Door mijn beschadigde schouder ben ik natuurlijk beperkt in de mogelijkheden, maar ik heb een inseminatiecursus gevolgd en tot op heden is de inseminatie van onze koeien mijn taak.

In 2009 is onze zoon geboren. Daarna brak een heftige tijd aan. Han zijn moeder overleed in 2010 vrij plotseling. In 2011 kregen we een dochter. Ze is heel erg ziek geweest, heeft een week aan de beademing gelegen in het UMCG. Pas twee en een half jaar later was ze helemaal gezond. Bij de geboorte van onze dochter ben ik gestopt met les geven.”

Ambachtelijke zuivel

“Van 2013 tot 2018 deed ik de boekhouding bij een loonwerk/transportbedrijf in Nieuw Buinen. Daar ben ik net een half jaar geleden mee gestopt omdat ik het te druk kreeg in ons eigen bedrijf. Ik was namelijk begonnen met het maken van zuivelproducten. Eigenlijk is het een uit de hand gelopen hobby. Eén keer in de drie dagen wordt de melk opgehaald. Er bleef altijd een restje van zo’n tien liter over. Ik vond het zo zonde om dat weg te gooien. Nou is Han toevallig dol op karnemelk, dus ik dacht, ik kan wel eens proberen om van dat restje karnemelk te maken. Het eerste resultaat was een ramp: Han zei dat het nergens naar smaakte. Maar ik heb net zo lang geprobeerd tot het goed was. Ik kreeg de smaak te pakken en vroeg hier in de buurt waar mensen zin in zouden hebben. Zo ben ik ook yoghurt gaan maken en binnen anderhalf jaar had ik een flink assortiment. In een blokhut op het erf hebben we een winkeltje ingericht. Het loopt als een tierelier. Alle zuivel zit in glazen flessen, ik wil in alle opzichten transparant zijn. Er komen geen toevoegingen die niet nodig zijn aan pas. De consistentie is daardoor nog wel eens wat wisselend, ja…”

Dunne yoghurt

Uw verslaggever vond de, overigens overheerlijke, yoghurt een paar maanden geleden inderdaad wel erg dun …

“Door de enorm droge zomer kreeg het gras op den duur een andere structuur. Daardoor had de melk meer onverzadigde vetzuren, wat op zich heel goed is. Alleen wordt de yoghurt dan gewoon dunner. Als je altijd een constante kwaliteit wilt, dan kun je die yoghurt binden met prima verantwoorde ingrediënten. Maar ik kies ervoor om dat niet te doen. En dan is de yoghurt inderdaad niet altijd hetzelfde.”

En je legt het ook uit. Op Facebook zag ik dat er niks mis was met mijn dunne yoghurt.

“Klopt. Kennelijk wordt dat ook gewaardeerd, onze klanten komen van heinde en ver. We zijn aangesloten bij keurmerk 'Erkende Streekproducten' en zijn bezig om Cittaslow-ambassadeur te worden.

Biologisch

Bovendien hebben we de afgelopen twee jaar de omschakeling naar biologisch gemaakt: sinds afgelopen 1 januari zijn wij biologisch. Met onze 120 koeien en meer dan genoeg grond zijn wij een kringloopbedrijf. We werken samen met Jan Buining, een biologische akkerbouwer in Ter Apel. Biologisch is in de Veenkoloniën vrij uniek, omdat de veenkoloniale grond heel erg bewerkelijk is qua gewasbescherming, onkruiddruk. Maar we staan helemaal achter de gekozen weg. Wij denken niet in groei, maar in optimalisatie. Met De Venehoeve gaan we voor dierwelzijn, transparantie en duurzaamheid. We hebben sinds kort drie Drentse heideschapen. Dat zijn de enige schapen die aan natuurlijke onkruidbestrijding doen. Ze zijn drachtig, dus de kudde zal op een natuurlijke manier groeien. Het is wel even wennen, schapen die tussen de koeien in de wei grazen. En eigenlijk zijn het ook nog een beetje stoute schapen… ze zijn al een paar keer uitgebroken. Voor dat probleem moeten we nog een oplossing zoeken. Maar als alles goed gaat willen we met de ooien gaan fokken, de rammen houden voor het vlees. Geen idee hoe dat smaakt trouwens… dat moeten we nog uitproberen. Van onze mestkoeien weet ik het wel. Daarvoor kruisen we Fleckvieh koeien met Belgische Blauwe. Bij de Belgische Blauwe, een hele goede vleeskoe, moet vaak keizersnede toegepast worden. Door de kruising met Flevkvieh krijgen we koeien met bijna dezelfde goede eigenschappen, maar er komt nooit keizersnede aan te pas.”

Ik zag paarden. Wat doe je daarmee?

“Die fok ik ook. Ondanks dat de laatste jaren de paardensport wat in de mineur is, blijft er voor dieren met een goede bloedlijn altijd een markt. Met dressuurstal Floor Vos heb ik een prettige samenwerking. Zij rijdt de paarden in de picture. Ik heb pas nog een paard verkocht naar Finland.

We hebben op dit moment vijf paarden en drie pony’s. Eén daarvan is van onze dochter, die is ook al helemaal weg van paarden.

Wereldkampioen para mennen

Zelf doe ik sinds 2012 aan mensport, bij de para’s. In 2014, 2016 en 2018 viel ik met mijn team in de prijzen, in 2016 en 2018 zijn wij zelfs wereldkampioen geworden. Ik train ongeveer drie keer per week met kar en paard. In de winter ben ik een half uurtje per dag bij de paarden, in de zomer wel drie uur per dag. Er zijn ongeveer vijf internationale wedstrijden in een seizoen. Doordat ik weinig kan met mijn rechter kant ben ik volledig afhankelijk van anderen: Han zet de paardentrailer achter de vrachtwagen, ik rij naar de wedstrijd. Dan kook ik en ik men. Mijn groom en beste vriendin Brenda Heeres doet alles wat ik niet kan. Wij zijn dan vijf dagen van huis. Mijn moeder komt in die tijd hier in huis om op te passen. Als een wedstrijd niet te ver weg is komt Han soms even een dag over, blijft een dag en gaat weer naar huis. Zo zijn we even van het bedrijf af. Normaal gesproken zijn we zeven dagen per week aan het werk op de boerderij. Han vooral in de stal en ik in de zuivelproductie en bij de paarden. Ons werk is ons lust en ons leven, een voordeel dat we allebei nu fulltime thuis werken is dat er altijd wel iemand aanwezig is voor de kinderen, maar je moet toch oppassen om nog tijd over te houden voor andere dingen.

Camping

Op camping De Fruithof in Klijndijk hadden we afgelopen twee jaar een stacaravan. ’s Morgens van 06.00 tot 10.00 uur paste een meisje op. Dan ging ik thuis met de zuivel aan de gang. Daar zorgde het personeel dan dat alles verder goed verliep, waarna ik de hele dag met de kinderen op de camping was. Momenteel werken er bij ons vier mensen. Ook daarvoor geldt: zij doen alles wat ik niet kan. We zijn een hecht team. In onze grote verbouwde keuken is plaats voor allemaal.

Wat mijn plannen voor de nabije toekomst zijn?

We hebben al meegemaakt hoe kwetsbaar leven en gezondheid is. We proberen bewust en aandachtig met onze omgeving om te gaan. Om materiële dingen geven we niet zoveel. Alhoewel. … ik red me met die beperkte rechter schouder prima op de vrachtwagen hoor, maar een automaat-vrachtwagen zou wel fijn zijn, ooit…