Hemd van het lijf met troubadour Alex Vissering uit Ter Apel

TER APEL - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 48 is het de beurt aan Alex Vissering uit Ter Apel

Wanneer ben je geboren?

“Op 14 juli 1955. In Musselkanaal. Als vierde van zeven jongens. Wij hadden een schoenenwinkel. Ik ging naar de christelijke basisschool aan de Kerkstraat en de christelijke ULO in Musselkanaal. Daarna naar het Ubbo in Stadskanaal. Die vreugde was van korte duur: ik ben er van afgetrapt. Thuis zitten was er niet bij, dus mijn pa belde, middenstanders onder mekaar, met Hennie Westen. Een week later stond ik spijkerbroeken te verkopen bij Westen op Zandberg. Dat heb ik een jaar gedaan. Daarna heb ik bij een schoenmaker in Assen het schoenmakersvak geleerd. Hartstikke boeiend vond ik dat, ik leerde alles over leersoorten, reparaties, knobbelen, noem maar op. In 1979 ben ik, schoenmaker blijf bij je leest, mijn eigen schoenenzaak begonnen in Bellingwolde. Die ging failliet in 1983.

Toen ben ik voor het eerst beroepsmuzikant geworden. Ik speelde in bands als Woody Wiss en Nameless. Pop, rock en folkmuziek maakten we vooral. Met de Knoalster jongens Eddy de Jonge, van Musselkanaal en Henk Scholte van Stadskanaal, heb ik nog een blauwe maandag in de Groningstalige folkgroep Törf gespeeld. Eddy en Henk spelen nog steeds in Törf. Ik ging zelf ook steeds meer Groningstalig componeren.

Zo rond 1992 kwam de house-muziek op. Vréselijk vond ik dat! Daar wou ik niet aan meedoen. Maar er moest wel brood op de plank, want ik was inmiddels getrouwd met Marijke en we hadden twee kinderen……”

Marijke

In de sfeervol, met jaren 50 meubels, ingerichte ruime kamer valt even een stilte aan de gezellige grote keukentafel in huize Vissering. Op dat moment komt echtgenote Marijke met boodschappentas binnen en begroet uw verslaggever allerhartelijkst. Na een paar minuten brengt ze koffie en een royale portie Vegter’s rolletjes, met en zonder slagroom in mooi servies. Uw verslaggever haar dag kan niet meer stuk. Marijke trekt zich onder gehoorsafstand terug in de keuken en zal incidenteel bijspringen in het gesprek.

Brood op de plank

De bedaarde bard, met baard, zonder opsmuk, met de op zijn Bourgondische buik bungelende leesbril hervat het gesprek.

“Waar waren we gebleven? Oh ja. Er moest brood op de plank. Nou, toen ben ik dus gaan solliciteren. Ik was altijd al een buitenmens, een vogeltjesman, verknocht aan het Groninger landschap. Dus ik schreef dat ik wel wilde werken als boswachter, schaapherder of, om maar wat te noemen muskusrattenvanger. En laat nou net in die tijd de provincie Groningen een muskusrattenvanger zoeken! Ik ging op gesprek en werd aangenomen. Ik had nog nooit een rat gezien! Maar ik kwam in een geweldig clubje collega’s terecht. Het meeste heb ik geleerd van Martin van Dellen. Die liet mij zien hoe je een conibearklem zet. “Kijk, zo moet dat”, zei Martin. “ En over een half jaar kun jij dat ook.” Prachtkerel! Hij had een bodywarmer van muskusratten vellen, die had ie speciaal in Duitsland voor zichzelf op maat laten maken.

Als rattenvanger heb ik achttien prachtige jaren gehad. Ik was buiten, kon vogeltjes kijken en … het allerbelangrijkste: ik had heel veel vrijheid. De muziek deed ik er in die tijd een beetje bij, maar werd wel weer steeds belangrijker. Ik werd bekend met mijn Groningstalige soloprogramma’s, maakte cd’s. Bij RTV noord werd dat opgepikt en vanaf …. Marijk, wanneer ben ik ook alweer begonnen bij Radio Noord?”

Uit de keuken klinkt het gedecideerd “1998.”

“Nou, 1998 dus. Vanaf 1998 heb ik van alles gedaan. Het programma “53e breedtegraad, Noordmannen, Pronkjewailtjes, een column. In 2015 moest er bezuinigd worden en wilden ze van de oudjes af. Ik was freelancer, dus dat was afscheid van Noord.

De Troebadoers

Eigenlijk kwam dat ook wel goed uit, want ik kreeg het weer hartstikke druk met de muziek. Naast mijn soloprogramma’s en optredens met bands bleek de combi met Jan Henk de Groot en Edwin Jongedijk een gouden greep. Het eerste album van De Troebadoers “De Veenhoes sessies” werd een grote hit. Geluk bij een ongeluk was dat ik in 2011 afgekeurd was als rattenvanger en sindsdien drie dagen communicatiemedewerker ben bij waterschap Hunze en Aa’s.

De overige vier dagen ben ik met de muziek bezig.”

Uit de keuken klinkt het: “Je moet nog even zeggen van de Ter Laan-prijs Alex”

Vissering: “Goed dat je het zegt Marijk, ja, dat is ook zo. Dat was mooi. In 2010 kreeg ik de K. ter Laanprijs. De prijs voor verdiensten op het gebied van Groninger taal en cultuur.

Marijke is heel belangrijk voor mij. Zij is mijn manager. Ze regelt alles, zodat ik mij met de muziek bezig kan houden.

Toen ik vijftig werd heeft zij samen met de kinderen een boekwerkje uitgebracht met al mijn Groninger teksten en liedjes, aangevuld met foto’s die ik in de loop der jaren gemaakt had. Fotograferen is een hobby van mij. “Ain stukkie van miezulf” heette dat, net als het gelijknamige album uit 2005.

En in 2015, een week voor mijn 60ste verjaardag, wou ik even een pilsje pakken op het terras van het Boschhuis. Had ik bijna haar surprise party daar verknald. Maar ik was net op het goeie moment. Al mijn vakbroeders waren er, de familie en burgemeester Kompier. Die benoemde mij tot ereburger van de gemeente Vlagtwedde. Omdat ik onze regio op allerlei manieren op de kaart zet.

Liverpool

Of ik verder nog hobby’s heb? Ik reis graag met kameraden naar Polen en voormalig Oost-Duitsland om vogels te zien en ja, de muziek is mijn grootste hobby. Afgelopen zomer zijn Marijke en ik met een bevriend echtpaar naar Liverpool geweest. Daar traden The Analogues op, je weet wel, die Beatles tribute band. Die jongens proberen de latere albums van de Beatles op de originele instrumenten live uit te voeren. De Beatles hebben dit werk nooit zelf live uitgevoerd, dus dat is een helse klus, met al die ingewikkelde arrangementen en zo. Man man, dat was een belevenis. In Liverpool nog wel, de stad waar ze vandaan komen, op podia waar zij ook gestaan hebben! Ik moest op een gegeven moment naar de w.c. Ik dacht: verrek, misschien heeft Paul McCartney hier ook wel staan pissen!

Bruier

We zaten als Troebadoers vaak hier achter het huis te repeteren, onder die overkapping, heb je wel gezien ja. Nou, dat gaat altijd heel gemoedelijk. De buren genieten mee, is nooit een probleem. Flink wat appeltaart en rode wijn erbij en “doar gait hìn.” Dat werd de titel van ons nieuwe programma “Appeltoarde en rooie wien.” We hebben er een beetje sjeu in gebracht met de wedstrijd wie de lekkerste appeltaart bakt. Marijke deed de “appeltoartencoördinoatsie”, een niet te onderschatten taak! Bij ieder optreden werden er heel wat appeltaarten ingebracht.

We hebben er ons nieuwe album “Onbekinde wegen” vooral gespeeld.”

Uw verslaggever zegt hoezeer ze onder de indruk is van de cd, vooral het “Balloade van mien bruier.” En dat zij verrast was door de rockabilly-rock and rollige muziek bij het nummer, waar zij eerder een rustige deun had verwacht bij de melancholieke tekst.

Vissering: “Mijn broer Jaap is twee jaar geleden overleden. Door hem ben ik besmet met het muziekvirus. Hij was negen jaar ouder dan ik. Toen ik een jonkje van een jaar of zeven was kreeg ik zijn afgedankte gitaarsnaren. In de werkplaats van pa maakte ik die met schoenmakersspijkertjes op een sinaasappelkistje en zo had ik mijn eerste gitaar. In tegenstelling tot mij heeft hij het Ubbo wel afgemaakt. Toen hij geslaagd was hadden ze bij ons in de winkel een geweldig feest, waar hij met zijn band speelde: dát was wat ik ook wilde!

Hij werkte voor Panorama, Het Vrije Volk en Haagsche Courant, was een geweldig goede journalist. Zoals zoveel briljante mensen, had hij ook zijn rafelige kantjes, maar ik kon geweldig goed met hem opschieten. We waren allebei van het Bourgondische leven, kookten graag, we verrasten elkaar steeds weer op dat gebied. Hij nam mij eens mee om eetbare paddenstoelen te zoeken, we genoten samen van whisky en rode wijn. We hielden van dezelfde galgenhumor en literatuur. Ik heb van hem een paar mooie uitgaves van Hemingway geërfd. En we deelden dus de liefde voor muziek. Vooral J.J. Cale, daar waren we allebei gek op. Daarom is dat nummer “Balloade van Mien bruier” dus geen mineurnummer, maar heeft die Tulsa-sound, die zo kenmerkend was voor J.J. Cale.

Mijn broer had al een tijdje een zwakke gezondheid, maar is toch vrij plotseling overleden.

Zelf ben ik van plan om minstens 87 jaar te worden, in goede gezondheid. Samen met Marijke. Maar voordat het zover is hebben we straks eerst nog op 19 januari het 25-jarig jubileum van mijn relaxte band “Hollywood Horse Shit.” Dat wordt een groot feest in het Boschhuis!”

Toen uw verslaggever een week eerder belde om een afspraak te maken was Alex Vissering toevallig net in het mekka van de gitaren, The Fellowship of Acoustics in Dedemsvaart. Ze vraagt of hij geslaagd is. In een belendend kamertje toont Vissering trots zijn aanwinst. Het staat er behoorlijk vol met muziek gereedschap, een paar nieuwe en wat oude gitaren. “Als er nog wat bij komt dan moet ik eerst opruimen” zegt Vissering. Uw verslaggever flapt er pardoes uit “Of je gooit eerst wat van die ouwe zooi weg!”

“Dat had je nou niet moeten zeggen” grapt de beminnelijke bard quasi geschokt. “Je kunt wel gaan.”