Hemd van het lijf met Trea Alers uit Gieten

GIETEN -Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 50 is het de beurt aan Trea Alers uit Gieten

Wanneer ben je geboren?

“Op 16 september 1965. In Stadskanaal. Mijn vader werkte voor ZTM, de voorloper van de Ambulancedienst, moeder werkte er op kantoor. Vanwege de gezondheid van mijn moeder heb ik de eerste zes maanden van mijn leven bij een tante doorgebracht. Mijn moeder heeft dat altijd als een groot verdriet ervaren. Later, op mijn kamertje, schiep ik een eigen wereld. Daarin deed ik toen al cabaret, speelde Wim Kan, deed stoere dingen zoals Pippi Langkous, ik wás gewoon Pippi. Naar buiten was ik een stil, in zichzelf gekeerd kind, altijd op mezelf, ging vroeg naar bed.”

Uw verslaggever kent Trea Alers al bijna dertig jaar. Als een zeer toegankelijk, spontaan, bijna flamboyant mens. Zij is dus hoogst verbaasd over deze ontboezeming.

Scouting

“We zijn zes keer verhuisd, ik heb op drie verschillende basisscholen gezeten. Toen ik zeven jaar was kwam er een zusje.

Door mijn hartsvriendin Jacqueline Meijering ben ik op mijn elfde ongeveer bij scouting terecht gekomen. Ik was nooit een meisje-meisje, ook niet qua kleding. Ik had altijd stoere outfits. Bij scouting was ik natuurlijk helemaal in mijn element! Tijdens de fameuze nieuwjaars boerenkool gala’s van scouting in “hotel Bellevue” is de kiem gelegd voor mijn “acteercarrière!” Geweldig cabaret hadden we daar.

Op de MAVO haalde mevrouw Schuitema het beste in mij naar boven tijdens de afsluitende Grote School Avond. Ik had een her. Stiekem hoopte ik dat ik het jaar over moest doen, zodat ik nog een Grote School Avond mocht meedoen. Maar ik slaagde en ging naar de HAVO. Met dat diploma op zak wilde ik bij de politie of in het leger. Maar overal kreeg ik een negatief advies. Ik was dan wel stoer met vuurtjes stoken, boomhutten maken, handig met messen en noem maar op, al die survival-achtige dingen, maar tegelijkertijd kon ik nog geen vogeltje dood trappen. Uiteindelijk heb ik toen dan maar een half jaartje Schoevers gedaan. Dat was niks voor mij, ik vond het daar allemaal maar … sorry dat ik het zeg … tutjes….Via via kwam ik op mijn negentiende in het Refaja ziekenhuis terecht. Na wat omzwervingen op diverse afdelingen zit ik sinds 1989 bij de anaesthesisten, toch een beetje een mannenwereldje. Ik was vanaf het begin “one of the guys.”

Acteren

“Inmiddels was ik door Jacqueline bij TAGO gaan toneelspelen. In 1994 ben ik “overgelopen” naar UDI. Daar heb ik een heerlijke tijd gehad. Na 23 jaar speel ik op 2 februari mijn laatste rol bij die club.

Ik ben toe aan nieuwe uitdagingen. Toneelspelen is mijn lust en mijn leven! In de pauzes op het werk studeer ik rollen in. Ja, het zijn er soms meerdere tegelijk. Op dit moment werk ik mee aan een film, “Liek achter de Badde” naar de gelijknamige streektaal-roman van Harry Töben. In mei gaat die in première. Naast UDI speel ik de laatste jaren bij PeerGroup, Unisolo en sinds drie jaar ben ik vaste speler bij het Fraeylema-ensemble in Slochteren. In 2016 speelde ik bij dit semi-professionele ensemble de hoofdrol in het stuk “De dames Macbeth” onder de bezielende regie van Albert Secuur.

Via de PeerGroup kwam ik in contact met schrijver Nico van der Wijk. Heel bijzonder is, dat Nico stukken “op maat” maakt als het ware. Hij schrijft over ingrijpende gebeurtenissen in het leven van mensen, waarin die persoon zelf de hoofdrol speelt! Zo is van zijn hand het stuk “De ideale drenkeling.” Fysiotherapeut Jelle Buning werd in 2009 na vijf kwartier door de KNRM onderkoeld en uitgeput uit het water bij Terschelling gehaald. Hierover schreef Nico van der Wijk een stuk, waarin de drenkeling, Jelle Buning, dus zelf de hoofdrol speelt. En onlangs werd er in besloten kring een try out gespeeld van een stuk waarin de zoon van een gerenommeerde kinderarts de hoofdrol speelt. De kinderarts bleek jarenlang zijn kind te hebben mishandeld! De ouders zijn inmiddels beide overleden.

Som der delen

“Nou, deze Nico van der Wijk keek dwars door mij heen. Tussen mijn achtste en elfde ben ik door een buurman misbruikt. Nico was de eerste die het korstje van mijn duistere geheim afkrabde en mij liet praten over het misbruik. Het heeft altijd als een zware, anonieme deken over mij heen gelegen. In 2016 ben ik in therapie gegaan. Daarna las ik het boek “De som der delen” van Thérèse Evers. De schrijfster is een jaar jonger dan ik. Het boek is semi-autobiografisch en gaat over hoe een zedenrechercheur in de problemen komt als werk en privé steeds meer botsen, omdat zij zelf als kind slachtoffer van misbruik was.

Dit was een openbaring. Het ging over mij!”

Ruud

“Een van de weinigen die er iets, zij het heel summier, van wist, was mijn Ruud.”

Als de naam van haar man valt straalt Trea. “Wij kennen elkaar van scouting. Toen we een jaar of veertien waren draaiden we al om elkaar heen. Vanaf mijn vijftiende hadden we verkering. Mijn misbruik-verleden maakte de relatie natuurlijk gecompliceerd. Maar Ruud heeft heel veel geduld en begrip voor mij gehad. In 1988 zijn we getrouwd. Vorig jaar waren we dus dertig jaar getrouwd. En ik ben nog steeds hartstikke gek op hem. Hij ook op mij, hoewel ik niet snap waarom, want ik ben bijvoorbeeld een waardeloze huisvrouw.

Snijboon

Nico van der Wijk heeft een stuk geschreven over mijn verleden van misbruik. De werktitel is “Snijboon.” In de loop van 2019 hoop ik het te gaan spelen. De eerste ruwe schets heb ik in 2016 door Ruud laten lezen. Er stonden passages in die hij nog niet kende. Heftig! Onze dochter stond ervoor open, zij zit zelf in de Jeugd crisisopvang. Onze zoon wou er aanvankelijk niets van weten, maar toen hij er toch aan toe was, was zijn reactie: “ik heb dat onderhuids altijd wel geweten, gevoeld.”

Zonder woorden, onwillekeurig, heb ik mijn kinderen, denk ik, altijd net wat meer tegen buurmannen willen beschermen…”

Woestijntocht

“In november 2017 heb ik een “helende” woestijntocht gemaakt met allemaal lotgenoten. Mensen op zoek naar antwoorden op vragen waarmee ze worstelden. Met therapeuten als reisleider. We legden zo’n 25 tot 30 kilometer per dag af in stilte, op de rug van een kameel, of wandelend, naast een kameel. Van 6 uur ’s morgens tot zonsondergang waren we onderweg. In die immense uitgestrekte leegte zonder prikkels heb ik mijn ballast achter gelaten, ben ik met mezelf en mijn omgeving in het reine gekomen, ben ik “geheeld.”

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Ondanks dat ik dacht afgerekend te hebben met het verleden, word ik soms, GVD, toch nog weer emotioneel. Gek hè.”

Uw verslaggever zegt dat zij weliswaar geen psycholoog is, maar zich dit goed kan voorstellen.

Je kunt wel afgerekend hebben, maar toch bij het opnieuw onder ogen krijgen van de rekening weer emotioneel worden. Het is en blijft immers wel heel duur betaald… Maar er staat een streep onder die rekening en je gaat sterker verder!

Rie Strikken