Mannengriep

Jaren geleden was ik een beetje van het padje. Dat kan iedereen overkomen. Het is niet iets om je voor te schamen, maar ik deed dat wel. Het liefst was ik onder een hele grote steen gekropen om er nooit weer onderuit te komen. Bij gebrek aan mantelzorger, die toen trouwens nog gewoon moeder, dochter of lieve vriend(in) heette en geen vergoeding of ondersteuning kreeg, stortte ik mij in het professionele circuit.

De eerste psycholoog was een dame in een leren minirok met een 'afleidende boezem' in een écht veel te strak, gewoon te klein, truitje met een decolleté, waarbij ik aan mijn seksuele geaardheid begon te twijfelen: zoals gezegd, ik was een beetje van het padje. Ik had eraan kunnen wennen, ze had namelijk meerdere, vrijwel identieke outfits, ware het niet, dat ze mij steevast tien minuten te laat opriep voor onze afspraak en tien minuten voor het einde omslachtig een nieuwe begon te plannen. Na een paar vruchteloze sessies heb ik afscheid van haar genomen.

Mijn nuchtere vriendin Della, bij wie ik even flink jeuzelde, zei: "Het is ook niet niks wat jij voor je kiezen hebt gehad de laatste jaren. Jij moet naar 'De Verwondering'. Fokke weet wel raad met jou."

Mijn aanvankelijke scepsis voor deze wat kwezelige man in slobbertrui en ruime corduroy broek veranderde snel in waardering en overgave. Een jaar lang 'Tools for life' is het beste wat me is overkomen.

Het is heel lang goed gegaan. Maar sinds december sukkel ik weer. Zowel lichamelijk als geestelijk. Het begon met een mannengriep: koude rillinkjes, hoesterig, pijntjes in de gewrichten, steekjes in de borst, kreuntjes en steuntjes. MijnBetereHelft, sinds kort fulltime tot mijn beschikking, leefde zich uit in creatieve fruitsalades, bracht mij warme kruiken en haalde weerstandsverhogende zelfmedicatie van de Dio. De liefdevolle verzorging deed mij geweldig goed en ik had nog weken kunnen zwelgen in mijn gevoel van algemeen onwelbevinden. Maar op een morgen zei MijnBetereHelft: "Ik blijf vandaag in bed. Ik voel me zó ellendig!"

"Mannen!", zei ik. "Je hebt mannengriep. Bij het minste of geringste denken jullie dat je dood gaat. Manmanman. Je zou een kind moeten baren, dan piep je wel anders. Kordaat zwaaide ik mijn benen over de bedrand, sprong vlug onder de douche en schoot in de kleren. In de keuken maakte ik een mooie smoothy die ik met verende tred naar mijn bedlegerige particuliere patiënt bracht.

Energiek zette ik mij daarna aan een achterstallig klusje. Binnen tien minuten was ik echter doodop en zat ik diep in de put. De regen gutste tegen de ramen en de moed zakte mij in de schoenen. Zuchtend belde ik Della. "Wat denk je, moet ik weer naar Fokke?"

"Mens hou op met klagen. Het gaat jou tegenwoordig veel te goed. Wat jij nodig hebt is een gezonde dosis tegengas en een schop onder je kont. Die nieuwe baan, dat werd tijd. Wanneer moet je beginnen?"

Rie Strikken