Hemd van het lijf met Janine Porrenga-Wiersma uit Ter Apel

TER APEL - Medewerker Rie Strikken van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek en Westerwolde het hemd van het lijf.

In aflevering 52 is het de beurt aan Janine Porrenga-Wiersma uit Ter Apel

Wanneer ben je geboren?

"Op 10 september 1975. In Haren. We waren met drie kinderen, mijn twee broers zijn jonger dan ik. Mijn moeder was thuis, mijn vader was organist (de gevierde Groninger organist Piet Wiersma: won in 1975 de Prix d’ Excellence, concerteerde in binnen- en buitenland, van Zuid-Amerika tot Oost-Europa, speelde in St. Paul’s Cathedral; RS).

Het was alles klassieke muziek wat de klok sloeg. Mijn vader had wel 100 privé leerlingen, maakte LP’s, gaf zo’n 100 concerten per jaar. Af en toe was ik zijn registrant.

Voor ons was het de gewoonste zaak van de wereld dat we mee gingen naar zijn concerten, als mijn ouders geen oppas konden vinden. Op jonge leeftijd zaten wij de ene dag bij wijze van spreken in de Oosterpoort in Groningen en de volgende dag mogelijk in de Sint Bavokerk in Haarlem.

Zelf heb ik tot mijn vijftiende dwarsfluit les gehad. Toen had ik er geen zin meer in.

Horeca

Omdat we dus veel onderweg waren aten we regelmatig in restaurants, sliepen in hotels. Die wereld vond ik toen al fascinerend. Als kind kon ik mijn ogen uitkijken als we een enorme hotellobby binnenstapten en dacht dan: Wow, als ik groot ben wil ik hier wel werken. Mijn vader is op 57-jarige leeftijd vrij plotseling overleden, toen ik 27 was, onze zoon was net een jaar oud. Gelukkig heeft hij nog wel op mijn huwelijk gespeeld.

Ik heb een hele fijne jeugd gehad. In mijn herinnering, de werkelijkheid was natuurlijk anders, konden we elke winter schaatsen en elke zomer zwemmen in de Hoornse Plas of surfen op het Paterswoldse meer. Ik ging in Haren naar de basisschool en de MAVO. Met mijn keuzepakket van exacte vakken wou ik eigenlijk laborant worden, maar het is toch de hotelschool in Groningen geworden. Op de MAVO had ik al een baantje in de horeca bij de Hortus, in Haren: tafels leeg ruimen, afwassen, lekker simpel.

Omdat ik een vroege leerling was zat ik dus op mijn vijftiende al op de hotelschool. Ik had veel bijbaantjes in de horeca. Eén ervan was bij de Coendersborgh, dat was toen een partijenrestaurant. Mijn baas vond dat ik er niks van bakte, volgens mij. Hij zei: ga jij maar op mijn kleine zoon passen, daar ben je meer geschikt voor. En dat ging ik nog doen ook. Zo groen als gras!

Evengoed zette ik door op de hotelschool, want van het begin af aan voelde ik mij daar als een vis in het water. Door al die bijbaantjes heb ik het eerste jaar over moeten doen, maar daarna ging het van een leien dakje. Inmiddels had ik er ook Marcel ontmoet. Vanaf mijn zeventiende, hij was 22, zijn wij samen."

Hotel Boschhuis

Marcel Porrenga is aangeschoven en verdiept zich in de krant. Om tien uur ’s morgens is het nog rustig. Maar, zelfs op deze maandagmorgen, druppelen er langzamerhand gasten binnen. Het gesprek vindt plaats aan de stamtafel van hotel Boschhuis, het etablissement dat zijn moeder kocht in 1987.

Het toen zieltogende karakteristieke pand in Ter Apel werd door Porrenga senior geleidelijk aan in oude luister hersteld. Pa Porrenga, die een half uur na zijn zoon arriveert: "In 1998 hebben we de zaal verbouwd. Twee grote kroonluchters hebben er een prominente plaats. Die heb ik meegenomen van Hotel Veenlust, waar ik ben begonnen. Het zijn unieke exemplaren. Op de wereldtentoonstelling van 1880 in Amsterdam hingen ze in het Duitse paviljoen. Veendammer notabelen hebben ze gekocht voor 496 gulden."

Londen

Janine Porrenga hervat haar verhaal: "Op de hotelschool ging ik op een gegeven moment voor een stage van vijf maanden naar België, Marcel naar de Ritz in Londen, een tweede stage was in Hamburg. Wij wilden allebei graag naar Londen. Marcel kreeg er een baan aangeboden in de Ritz.

We zijn in 1995 vertrokken en hebben er zes jaar gewoond. Londen is mooi, maar ontzettend duur. We huurden voor 6000 gulden per maand een appartement in de wijk Tower Hill. Gelukkig deelden we het appartement, en dus de kosten, met de zus en zwager van Marcel. Later vonden we met zijn vieren een goedkopere woning in Mile End, een arbeidersbuurt.

Het was een geweldige tijd in Londen. We werkten er uitsluitend in 5 sterren hotels, zoals de Ritz, het Sheraton Park Tower en het St. Martin’s Lane. Nederlanders staan bekend als harde werkers en om hun talenkennis, daarom zijn wij overal gewild. In die hotels kwamen mensen van naam en faam, zoals Roger Moore, de Beckhampjes… en mensen die liever niet genoemd willen worden. Want dat is waarin wij, nuchtere Groningers, bevestigd werden in onze indruk: de écht groten der aarde zijn bescheiden, beleefde, maar wel sterke mensen.

We werkten hard. Marcel kreeg van het Mandarin Oriëntal waar hij op een gegeven moment werkte, de opdracht om over de hele wereld ideeën op te doen om te implementeren na een ingrijpende verbouwing van het hotel. Budget 100.000.000 pond, destijds 400.000.000 gulden! Zo vloog hij van onder andere Zwitserland naar Bangkok en Miami. Ik werkte in Londen als assistent Front Office Manager in het St. Martin’s Lane, ervoor was ik Shift Leader in het Sheraton Park Tower. Op mijn 23ste gaf ik leiding aan een team van 25 mensen! Elke dag was ik total loss. Marcel en ik zagen elkaar op een gegeven moment nauwelijks nog. Zijn vader stelde voor om terug te komen naar Nederland en op termijn hotel Boschhuis over te nemen. Daar hadden wij wel oren naar. In 2001 zijn we getrouwd. En toen kwam de aanslag op de Twin Towers! De reiswereld stortte in, de economie, het hotelwezen kreeg een dreun.

Achteraf was het een goede beslissing om terug te komen.

Continuïteit

We hebben geleidelijk aan het Boschhuis overgenomen. Sinds 2016 zijn wij officieel eigenaar. Wij zetten in grote lijnen de zaak zo voort. Onze gasten, maar wij zelf ook, waarderen de continuïteit. In een wereld waarin alles zo snel verandert is het fijn dat sommige dingen hetzelfde blijven. Onze Smyrna tafelkleedjes, de stamtafel, het balkenplafond: mijn schoonmoeder heeft vroeger samen met de schilder die afgrijselijke groene kleur gekozen , maar we gaan dat niet veranderen. Ik ben ervan gaan houden.

Het kleinschalige, het persoonlijke, dat vinden wij fijn. We hebben veel zakelijke gasten, van bedrijven hier in de buurt. Van het COA, de IND, horen we dat medewerkers op het hoofdkantoor vragen wanneer zij eens naar Ter Apel mogen, zodat ze ook eens in het Boschhuis kunnen overnachten om de gemoedelijke sfeer te beleven.

Maar ook, juist, de plaatselijke bevolking is hier kind aan huis. De Carnavalsvereniging resideert hier, wandel- en jagersclubs komen over de vloer. In de grote zaal zijn vaak evenementen en concerten. En in het weekend veel dagjesmensen natuurlijk. Van heel veel gasten kennen wij inmiddels de tweede generatie, horen wij lief en leed verhalen.

Dat de liefde wederzijds is hebben wij gemerkt in 2011. Op 5 mei was er een grote brand. De keuken en het woongedeelte waren weggevaagd. Kleren, schoolspullen van de kinderen, spelcomputers: er was niets van over. Dezelfde avond nog en de dagen die volgden kwam de bevolking van Ter Apel spontaan met de eerste behoeftes voor ons en de kinderen. Hartverwarmend!

Tijdens de herbouw hebben we samen met het personeel, van wie sommige hier al meer dan twintig jaar werken, de boel schoon gemaakt, het restaurant geschilderd en hotelkamers die niet door de brand aangetast waren geschilderd. Na de bouwvak is begonnen met de herbouw. Op 12 december, zeven maanden na de brand, was de heropening.

Marcel en ik zijn elke dag aanwezig. Zelf begin ik altijd om half zeven met de voorbereidingen voor het ontbijt, daarna al naar gelang hoe druk het is, help ik in de bediening en doe ik de boekhouding.

Daarnaast doe ik dingen die moeders doen, met een kind naar de tandarts, wasje draaien, boodschappen doen, heel af en toe een kopje koffie bij een vriendin, hier verderop in de straat. Nee, ik heb geen hobby’s. Eigenlijk leef ik in een ritme van werken – slapen, werken – slapen. Mijn werk is mijn hobby. In deze fase van mijn leven vind ik dat heerlijk. In onze Londense periode hebben we veel gereisd, vorig jaar hebben we met de kinderen een reis langs de westkust van Amerika gemaakt.

Krantenwijkje

Alhoewel… onlangs was er een wijnproeverij in Amsterdam. Toen hebben Marcel en ik twee nachten in een hotel geslapen. We zeiden tegen elkaar dat we dat eigenlijk eens vaker moeten doen. De jongens zijn zestien en veertien, mijn schoonouders willen nog wel eens bijspringen in de zaak, het kan nu nog. Wie weet doen we dat. Wat ik wel zeker weet, dat is dat ik niet zo lang in dit tempo wil doorwerken als mijn schoonouders gedaan hebben. Al hou ik nog zoveel van Hotel Boschhuis, al vind ik het werk nog zo fijn, rond mijn 55ste wil ik graag een lekker simpel leventje, als oppas oma of zo, met een krantenwijkje …

Rie Strikken