Hemd van het lijf met Joop Zuidema uit Musselkanaal (15)

Ter Apel

Redacteur Paul Abrahams van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek het hemd van het lijf.

door Paul Abrahams

In aflevering vijftien is het de beurt aan Joop Zuidema uit Musselkanaal. Wanneer ben je geboren? 17 november 1948 in de wijk De Hoogte in Groningen, aan de rand van het centrum. Mijn ouders hadden vijftien kinderen. Ik was nummer zeven. In 1955 zijn we verhuisd naar de Damsterkade in de Stad, naar een bovenetage. Daar hebben we tot 1971 gewoond. Na ons kwamen twee studenten. Kun je nagaan hoe groot de woning was. En wat betreft de geluidsoverlast. Onze buren zeiden later: we hadden meer last van die twee studenten, dan van de hele familie Zuidema met elkaar. Opmerkelijk is dat alle vijftien kinderen nog leven. In 2006 hebben we zelfs uitgebreid de krant gehaald. Toen waren alle kinderen samen 1000 jaar oud. Het was schipperen met de ruimte, maar het was altijd gezellig. Alle vriendjes wilden bij ons spelen. Mijn vader was timmerman en meubelmaker. Hij had een hele lange bank gemaakt die langs de muur was geplaatst en onze tafel had eveneens een bijzondere afmeting. We sliepen 's nachts in hoogslapers. Drie kinderen onder en drie kinderen boven. Toen mijn vader destijds eigen baas werd, kregen mijn ouders geen kinderbijslag meer. Noodgedwongen ging mijn moeder schoonmaken om de financiële eindjes aan elkaar te kunnen knopen. 's Morgens om half zeven was ze aan het werk op het stadhuis. De oudste zussen zorgden ervoor dat alle kinderen op tijd naar school gingen. Je kon goed leren? Best wel. Ik ging naar de Borgmanschool. Die school werkte met een zogeheten verzwaard leerplan. Ik had daar beslist geen moeite mee. Daarna ging ik naar de Rijks HBS, maar kwam in contact met verkeerde klasgenoten. Als een onhandelbare leerling werd ik van school gestuurd. Ik ging naar de MULO. Directeur was meneer Visser, streng maar rechtvaardig. Hij wist samen met klassenleraar Voorsmid wel raad met die 'knuppel van de HBS'. Ik werd aan de oorlel meegetrokken naar de klas. Dat vergeet ik nooit meer. Het heeft me eerlijk gezegd wel de ogen doen openen. Vervolgens ben ik in 1966 naar de MEAO gegaan, een nieuwe opleiding in die tijd. In Groningen was één van de vijf proefscholen in Nederland gevestigd. Veel stampen kan ik me nog herinneren. Na de MEAO volgde de HEAO. Ik ging 28 uur naar school, maar werkte daarnaast meer dan 30 uur om geld te verdienen. Ik heb werkelijk van alles aangepakt. Van auto's wassen tot bijles geven. Ik was overigens al op jonge leeftijd actief met cijfers. Als mijn moeder één keer in de week de boodschappen afrekende, controleerde ik altijd ter plekke of de winkeljuffrouw de bedragen wel goed had opgeteld. Vaak klopte het niet. Ze vond het niet leuk, dat ze werd gecorrigeerd door een ventje van acht, negen jaar. Daarna heb ik anderhalf jaar een opleiding gevolgd bij de Coöperatieve Centrale Raiffeisenbank in Utrecht. Twee dagen in de week in de schoolbanken en drie dagen stage lopen. Ik overnachtte bij een hospita in de Domstad. Ook 's avonds heb ik nog verschillende opleidingen gevolgd. En toen aan de slag bij de Rabobank? Ik werkte op een effectenafdeling op een bank in Drachten. Ik verveelde me daar stierlijk. Ik wilde werken op een bank 'met vuurwerk'. Het werd de Rabobank in Musselkanaal. Op 8 november 1971 heb ik mijn laatste stageperiode daar vervuld. Op 1 maart 1972 werd ik aangesteld als waarnemend directeur, ik was toen bijna 23 jaar. Het was een rumoerige tijd voor de bank met veel gedoe achter de schermen. Bovendien net een nieuw pand aan de Technicumstraat, de officiële opening moest worden geregeld, er moest personeel worden aangenomen, want de achterstanden in het werk moesten worden weggewerkt en ga zo maar door. Ik viel echt met de neus in de boter. Ik kreeg verkering met Gretha, een boerendochter. Op 17 mei 1972. Precies twee jaar later zijn we getrouwd. We waren zogezegd een bankstel. Gretha werkte namelijk ook bij de Rabobank in Musselkanaal. Toen we zijn getrouwd, is Gretha gestopt met werken bij de Rabobank. Dat zijn de regels binnen het bedrijf. Ze is daarna aan de slag gegaan bij Ubbo Emmius aan de Stationslaan in Stadskanaal. Op 1 januari 1976 ben ik vervolgens directeur van de Rabobank in Musselkanaal geworden. We hebben drie kinderen en vier kleinkinderen De vraag was: moeten we fuseren met bijvoorbeeld Tweede Exloërmond of kunnen we in een dorp met 6500 inwoners zelfstandig doorgaan? We hebben gekozen voor de laatste optie. Er is toen met elkaar keihard gewerkt. We hadden een bank met zes loketten en we waren de snelstgroeiende Rabobank in Oost-Groningen. We groeiden letterlijk als kool. Je hebt ook bij andere Rabobanken gewerkt? Klopt. Op 1 november 1982 ben ik directeur geworden van de Rabobank in Stadskanaal. Twintig jaar later ben ik de gemeentegrens overgestapt. Ik werd directeur van de Rabobank West-Drenthe met vestigingen in Vledder, Dwingeloo, Hoogersmilde, Uffelte, Havelte en Vledder. We woonden sinds 1978 in een fijne bungalow in Musselkanaal en we zijn verhuisd naar Vledder. We hebben onze woning verhuurd aan onze zoon. In 2006 werd besloten om het aantal vestigingen van Rabobank terug te brengen van 320 naar 150. Rabobank West-Drenthe ging fuseren met Hoogeveen en Zuidwolde. Ik had geen interesse om directeur te worden. Ik heb na dertig jaar directeur zijn gebruik kunnen maken van een speciale regeling en daar heb ik tot op de dag van vandaag nog geen seconde spijt van gehad. We woonden met heel veel plezier in Vledder, maar we zijn toch weer verhuisd naar onze eigen woning in Musselkanaal. Je bent niet in een zwart gat gevallen? Zeker niet. Ik kom eerlijk gezegd tijd te kort. Na mijn pensionering heb ik mijn zoon Erik geholpen die op dat moment in Vledderhuizen een boerderij runt met 37.000 legkippen. Ik was daar indertijd kind aan huis. Ik ben verder penningmeester geweest van de rooms-katholieke kerk, ben penningmeester van de Stichting Cornelis Dopper en ik ben penningmeester van de Katholieke Bond voor Ouderen in de provincie Groningen en penningmeester van de Stichting Snikkeweek in Musselkanaal. Hoewel ze op school tegen me zeiden als twaalfjarige knaap dat ik met zingen beter mijn mond moest stilhouden, ben ik vanaf 1975 lid van het kerkkoor en sinds 1983 van het dubbelmannenkwartet Cantabilé in Klazienaveen. Tevens speel ik sinds 1979 trombone in de Tiroler Blaaskapel. Ik kon in het begin echt geen noot lezen. Muziek is heel belangrijk voor mij. Toen ik directeur van de Rabobank was, maar nu ook vandaag de dag. Het is echt een uitlaatklep. Je hebt iets met water? Klopt. Mijn moeder is op een zeiltjalk geboren en ik heb broers die op zee en binnenvaart hebben gewerkt. Ik vind het ook fijn om te zwemmen. Twee keer per week neem ik met de buurman een verfrissende duik in het Hunzedal in Borger en ik heb vroeger veel gezwommen in het zwembad De Horsten in mijn woonplaats. Om tien voor zeven 's morgens stond ik te wachten voor de poort. Ook als het slecht weer was. Even wat baantjes zwemmen voordat je aan het werk gaat. Ik ben erg geïnteresseerd in de scheepvaart. Heb een abonnement op twee vaktijdschriften en ik was in 1990 medeoprichter van de Stichting Snikkeweek Musselkanaal. Over een aantal weken stap ik samen met Gretha in Bergen in Noorwegen op een postboot richting Kirkenes in het hoge noorden. Heerlijk twaalf dagen varen en tussentijds aanmeren in 34 havens. Echt genieten. We kijken er echt naar uit. Er schiet me nog een leuke anekdote te binnen. Het is eind 1962, het begin van een strenge winter. Als 14-jarige werd ik gevraagd door de rederij om mee te helpen als matroos-motordrijver op een binnenvaarttanker. De motor starten en tijdig onderhouden, helpen bij het aanmeren, de lading verwarmen en soms een eindje sturen. Mijn broer was stuurman. Het was bar en bar koud. In de kerstvakantie maakte ik veel overuren. Basisloon was 49,95 gulden per week. In die twee weken hield ik er echter 200 gulden aan over. Een vermogen destijds voor een 14-jarige. Prachtig vond ik dat.    

Auteur

Paul Abrahams