Hemd van het lijf met Harm Noor uit Stadskanaal (18)

Ter Apel

Redacteur Paul Abrahams van de leukste krant in de regio vraagt elke week een inwoner van de Kanaalstreek het hemd van het lijf.

door Paul Abrahams

In aflevering achttien is het de beurt aan Harm Noor uit Stadskanaal. Wanneer ben je geboren? Op 22 maart 1951 in Winschoten. Ik heb een broer die drie jaar jonger is. Mijn vader was politieman, mijn moeder was huisvrouw. Zij is later gaan werken om de studie van de twee kinderen te kunnen betalen. Mijn vader kreeg voor ons geen studiebeurs, omdat hij teveel verdiende. We hebben eerst gewoond aan de Hoogstraat, later zijn we verhuisd naar een nieuwe wijk in Noord. Op vierjarige leeftijd ben ik geopereerd. Ik loenste, had daarom een bril en mijn ogen werden om de beurt afgeplakt. Uiteindelijk ben ik in Groningen geopereerd. Er is een lus in een oogspier gelegd. Een lastige operatie, maar die in één keer is geklaard. Toen een wonder. Ik wilde als kind altijd dominee worden. Dominee Noor. Ik liep altijd met een bijbel in de hand. Ik had een oom die voor de klas stond. Hij vertelde de mooiste verhalen over het onderwijs en hij wist ook heel veel. Toen dacht ik: ik wil onderwijzer worden, net als oom Bertus. Mijn broer is bij de politie gaan werken. Na de lagere school en MULO – A met wiskunde - ben ik naar de Rijkskweekschool in Winschoten gegaan. Ik woonde thuis. Naast het studeren had ik verschillende banen. In een melkfabriek, in een supermarkt en in een kledingwinkel. Het was thuis geen vetpot, we hadden het niet breed, maar het heeft ons aan niets ontbroken. Daarnaast deed ik veel aan sport, zoals zwemmen, waterpolo en wandelen. Ik had de schoolslag aardig onder de knie en trainde mee met het district. Ik ben gestopt met waterpolo, nadat ik een keer flink in mijn ballen ben gegrepen. Toen was ik er wel klaar mee. Ik was lid van de wandelvereniging SVB in Winschoten en ik heb heel wat kilometers afgelegd. We hebben ook met de wandelvereniging veel prijzen geworden. Ik hielp ook mee bij de avondvierdaagse in Winschoten. Daar kwam ik in contact met Alma. Zij was van de EHBO. Het klikte meteen en we zijn op 5 juli 45 jaar getrouwd. Je bent vervolgens onderwijzer in Amsterdam geworden? Klopt. Na mijn examen in 1972 moest ik eigenlijk in militaire dienst. Maar er was een manier om eronder uit te komen. Dan moest je een contract tekenen om vijf jaar te gaan werken in Amsterdam waar een groot tekort was aan leerkrachten. Ik werd aangenomen op een LOM school in Amsterdam-West, maar een week voordat ik zou beginnen kreeg ik te horen dat ik was overgeplaatst naar een school voor moeilijk lerende kinderen in Amsterdam-Oost. Toen heette die school nog BLO school. Tijdens de stages op scholen in Oost-Groningen was het gebruikelijk om een pak en een stropdas te dragen. Toen ik de lerarenkamer in Amsterdam binnenstapte, zag ik dat iedereen een spijkerbroek en een overhemd droeg. Toen ik thuis kwam heb ik eerst maar eens een spijkerbroek gekocht. De stropdas had ik 's morgens meteen al afgedaan. Ik woonde op een kamer aan de Vijzelstraat in Amsterdam. In het weekend was ik in Winschoten en dan werd mijn kamer weer aan iemand anders verhuurd. Na een half jaar had ik het wel gezien. Ik moest bijna 350 gulden in de maand aan huur betalen en met de reiskosten naar Winschoten, hield ik aan het einde van de maand bar weinig over. Het was de hoogste tijd om andere huisvesting te zoeken. Tijdens een ouderbezoek werd ik getipt over een weduwe die een kamer te huur had en ook graag wat aanspraak wilde. Ik heb een tijdje bij Jopie Oly en haar hondje Bonnie gewoond. Als ik ‘s zondagsavonds weer in Amsterdam was, dan stond een glas sherry klaar en pijptabak van het merk SAIL. Ik rookte wel sigaretten in die tijd, maar geen pijp. Maar Jopie vond het fijn als ik pijp rookte. Net als haar overleden man. Na het huwelijk zijn wij met z’n tweetjes in Amsterdam gaan wonen. We kregen een huis in de Bijlmer. Het was al met al een stenen woestijn, maar we hebben daar aan de rand van de wijk toch met heel veel plezier gewoond. En toen weer terug naar Oost-Groningen? Inderdaad. Er waren plannen om de school af te breken en het personeel elders in de stad te herplaatsen. Bovendien wilden we niet dat onze kinderen te zijner tijd zeven hoog op een flat moesten opgroeien. Ik solliciteerde op diverse banen in het noorden. Een keer voor een gesprek geweest. Dat werd niets omdat de bijbehorende huisvesting niets was. In die tijd zouden wij met mijn schoonouders naar Noorwegen gaan op vakantie. Daarom legde ik mijn solliciteer activiteiten tijdelijk neer. Een week later verscheen een advertentie van de VSO School in Stadskanaal. Toch maar solliciteren. Tijdens een telefoongesprek vroeg de toenmalige directeur Theo Kooistra of ik Gronings sprak. Dat kon ik beamen. "Stuur dan maar een brief", was zijn reactie. Een week nadat ik de brief had verstuurd kwam een delegatie van de VSO school in Stadskanaal naar Amsterdam om een tijdje in de klas mee te kijken. 'We proeven in jouw klas de sfeer van het buitengewoon onderwijs', kreeg ik na afloop te horen. Een super compliment natuurlijk. Ze moesten nog een kandidaat bekijken in Rotterdam. Ik heb ze naar het treinstation gebracht. Weer een week later kreeg ik een telefoontje dat ik benoemd was. Ik ben in 1978 begonnen als leerkracht en later ben ik adjunct-directeur geworden tot mijn pensioen. De VSO was inmiddels gefuseerd, onderging de naamswissel naar Praktijkonderwijs en gaat vandaag de dag door het leven als Ubbo Emmius, locatie Praktijkonderwijs.We hebben eerst gewoond aan de Omloop en we zijn later verhuisd naar Waterland. Het is hier goed toeven. We hebben drie kinderen. Dochter Krista is de oudste. Zoon Sander is in 1984 op driejarige leeftijd overleden. Een groot familiedrama, we dachten werkelijk dat de wereld kapot ging. We missen hem nog steeds elke dag. In 1985 is Aize geboren. Je bent zelf ook heel erg ziek geweest? Je hebt er begin januari 2016 nog uitgebreid over geschreven in jouw krant. Ik heb de dood meerdere keren in de ogen gekeken. Een vijftal vijftal jaren geleden kreeg ik al eens last van onder meer handen en schouders en werd vocht in het hartzakje aangetroffen. Eind september 2015 kreeg ik weer fysieke problemen. Pijn op de borst en in het Refaja ziekenhuis werd enkele liters vocht bij de longen weggehaald. Vanwege de hoge koorts werd ik met een ambulance naar het UMCG gebracht voor uitgebreid onderzoek. Een beslissing van de longarts Hasami. Wat een vakman. Wist zelf niet meer wat te doen en stuurde mij toen door. Daar werd de zeldzame aandoening Still’s disease vastgesteld. Een auto-immuun ziekte die gerelateerd is aan reumatische aandoeningen. De ziekte heeft wel zijn sporen achtergelaten. Ik ben fysiek niet meer zo sterk als voorheen, ben ook gauw moe. We hebben daarom ook vier weken in Spanje overwinterd. Je hebt een koninklijke onderscheiding gekregen? En daar ben ik heel erg trots op. Ik ben tijdens de oudejaarsloop in Blijham zelfs benoemd tot Ridder in de Oranje-Nassau. Maar eigenlijk had Alma een lintje moeten krijgen. Voor de fantastische wijze waarop ze mij heeft verzorgd toen ik zo ziek was. Alma is een schitterend wijf. Ik heb uiteenlopende werkzaamheden verricht voor de loopsport. Van voorzitter van atletiekvereniging Aquilo in Winschoten tot medeoprichter van de Stichting Loopcircuit Oost-Groningen en van voorzitter van de Stichting Ultraloop Winschoten tot voorzitter van de jurycommissie. En voorzitter van de Sectie Recreatiesport van het district Noord van de KNAU. Heb ook negen jaar in de Unieraad gezeten. Ik heb ook het parcours van verschillende wedstrijden opgemeten. Zoals bijvoorbeeld de 4 Mijl van Haren naar Groningen. Legendarisch is het verhaal van het opmeten van het tien kilometer parcours van de Run van Gieten een paar jaar geleden. Het parcours was dertien centimeter te lang. Had ik nog nooit meegemaakt! Nog steeds vind ik het fijn om microfonist te zijn van hardloopwedstrijden in de noordelijke provincies. Ik heb niet bijgehouden hoe vaak ik in de afgelopen vier decennia als 'roeptoeter' ben benaderd. Mijn eerste bijdrage was een recreatieloop van Aquilo in Winschoten. Dat kan ik me nog herinneren. En de eerste officiële wedstrijd was de Tellerlikker loop over 25 kilometer. De vaste speaker was verhinderd. Na enig drammen van mijn kant heb ik die klus gedaan. In de loop der jaren heb ik een goede band opgebouwd met veel noordelijke atleten. Ik bereid me ook altijd goed voor om het publiek bij te praten over de deelnemers. Ik kan bij wijze van spreken aan de manier van lopen al zien welke atleet de bocht om komt rennen richting de finish. Mijn eerstvolgende klus is de Veneboerloop in Drachten, een wedstrijd over tien kilometer. Vanzelfsprekend heb ik in de afgelopen veertig jaar prachtige sportmomenten meegemaakt. Ik ben ook regelmatig gevraagd als microfonist voor wedstrijden buiten de noordelijke provincies. Zoals bijvoorbeeld tijdens het WK 24 uur in Uden, toen een Belgische atleet een atleet uit Japan in de slotfase op karakter wist te passeren. Het moest uit z'n tenen komen. Ik denk ook nog wel eens terug aan het Open Duitse kampioen 100 kilometer in Hanau Rodenbach bij Frankfurt, de 24 uur van Apeldoorn of de wedstrijd in Lensahn bij de Oostzee, waar de deelnemers drie volledige triathlons achter elkaar voor de kiezen kregen. Wat een bikkels! Ik heb vroeger zelf ook hard gelopen. Eerst op geleende schoenen van mijn broer een paar rondjes om de flat in Amsterdam. Ik vond het leuk - ben gestopt met roken - en vervolgens trok ik elke dag de hardloopschoenen aan om te trainen. Mijn eerste echte hardloopschoenen van het merk Nike kocht ik vanuit de kofferbak van Michel Lukkien, die op een recreatieloop in de Bijlmermeer aanwezig was. Ik liep als recreatieloper zo’n anderhalf tot twee uur per dag. Eén van de mooiste routes voerde langs het riviertje het Gein. In het weekend liep ik diverse loopjes van tien kilometer tot de halve marathon.    

Auteur

Paul Abrahams